De Tweede Kamer moet een hoorzitting houden over het Nederlandse optreden in de voormalige kolonie Indonesië na de Tweede Wereldoorlog. 

Dat vinden D66 en SP. Zij hopen dat de discussie leidt tot een groot onderzoek naar de zogenoemde politionele acties tegen onafhankelijkheidsstrijders.

Tot dusver wil het kabinet geen steun verlenen aan een onderzoek, klagen de twee oppositiepartijen zondag. Een hoorzitting zou deze patstelling kunnen doorbreken. Experts kunnen dan vertellen hoe zij tegen een onderzoek aankijken.

"Om de paar maanden komen er nieuwe feiten boven tafel. Steeds duidelijker wordt dat het geweld destijds structureel van aard was en niet incidenteel", aldus D66-Kamerlid Sjoerd Sjoerdsma.

"Een allesomvattend onderzoek is van groot belang, vooral om te snappen wat er is gebeurd. Daar is ook haast bij, nu zijn er nog levende getuigen", stelt Harry van Bommel van de SP.

Extreem geweld

Directeur Gert Oostindie van het Koninklijk Instituut voor Taal- Land- en Volkenkunde (KITVL) juicht een groot onderzoek toe. "Ik pleit daar al drie jaar voor", aldus Oostindie in een reactie. "Maar het moet geen onderzoek worden om alleen de Nederlandse krijgsmacht in de strafbank te zetten. Dat zeker niet. Er moet dan naar het hele verhaal gekeken worden, dus ook naar het Indonesische geweld."

Volgens Oostindie waren destijds verschillende Indonesische nationalistische groeperingen actief die soms "extreem geweld" gebruikten, waarop de Nederlanders dan weer reageerden. Oostindie denkt dat het aantal oorlogsmisdaden dat de Nederlanders hebben begaan in de tienduizenden loopt. Toch denkt hij dat "het grootste deel van de Nederlandse krijgsmacht daar waarschijnlijk niet bij betrokken was".