Minister Lilianne Ploumen van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking zegt geen reden tot twijfel te hebben over de intentie van Oekraïne om te helpen bij het onderzoek naar de gestolen kunst uit het Westfries Museum in Hoorn.

De roofkunst is in handen van een extreemrechtse groep in Oekraïne. De autoriteiten van het land hebben alle medewerking toegezegd om de gestolen kunstwerken terug te krijgen.

Poumen zei dat tijdens het vragenuurtje in de Tweede Kamer in antwoord op vragen van SP’er Harry van Bommel. Hij wil weten wat de Nederlandse overheid doet om de werken terug te krijgen van "deze neonazi's" die het "gore lef" hadden ze te roven en vervolgens aan te bieden aan de Nederlandse ambassade in Oekraïne.

"Een verdrietige zaak", noemt Ploumen de diefstal van tien jaar geleden. Ze hoopt dat de werken snel terugkomen, maar wanneer en óf dat gaat gebeuren, daar kan ze niets over zeggen.

Maandag werd bekend dat de in 2005 gestolen 24 schilderijen en zeventig stukken zilverwerk in ultrarechtse Oekraïense handen zijn. Pogingen en onderhandelingen om de werken terug te krijgen, tot op het hoogste niveau, zijn tot nu toe gestrand.