De Tweede Kamer wijst het Europees depositogarantiestelsel zoals dat is gepresenteerd door de Europese Commissie af.

Een voorstel van de VVD en SP dat de regering oproept zich in Brussel uit te spreken tegen het voorstel, kreeg steun van het CDA, PVV, ChristenUnie, SGP, de Partij voor de Dieren en 50Plus.

De partijen zien een Europees depositogarantiestelsel als sluitstuk van de bankenunie. Zolang nog niet alle onderdelen daarvan volledig zijn afgerond, wijzen zij het Commissievoorstel af.

Minister Jeroen Dijsselbloem (Financiën) liet al eerder deze week in de Kamer weten dat zo'n garantiestelsel er wat hem betreft pas komt als de risico's op bankbalansen worden teruggebracht. 

Duitsland was eveneens kritisch. Berlijn vreest dat het Duitse bankensysteem met het voorstel moet opdraaien voor de problemen bij banken in zwakke eurolanden zoals in Griekenland.

Het depositogarantiestelsel is één van de drie pijlers van de Europese bankenunie. Daarin wordt ook het toezicht op en de eventuele afwikkeling van banken op Europees niveau geregeld.

Fonds

De Europese Commissie lanceerde op 24 november een plan om een Europees depositogarantiestelsel op te tuigen zodat rekeninghouders zijn verzekerd van hun spaargeld tot 100.000 euro als een bank omvalt.

Als het aan Brussel ligt, worden de tegoeden vanaf 2024 betaald uit een door Europese banken gevuld fonds. Zo moeten de banken bloeden als het financieel misgaat in plaats van de belastingbetaler.

Het plan wordt nog door de Europese Commissie toegelicht aan de ministers van Financiën in de eurozone. Daarna stuurt het kabinet een brief naar de Kamer met het regeringsstandpunt.

Zo'n garantiefonds moet nu al op nationaal niveau zijn geregeld waardoor spaartegoeden tot 100.000 euro zijn veiliggesteld, zoals dat in Nederland het geval is. Maar nog niet alle eurolanden hebben dat opgezet.