Alle partijen die zijn betrokken bij het in juli gesloten loonakkoord voor ambtenaren moeten voor 15 december met elkaar in gesprek gaan om tot een oplossing te komen.

Dat adviseert Wim van de Donk, commissaris van de Koning van Brabant.

Hij heeft van de minister Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken), Lodewijk Asscher (Sociale Zaken en Werkgelegenheid), Ton Heerts (FNV) en Maurice Limmen (CNV) de opdracht gekregen als verkenner te zoeken naar een oplossing in het loonakkoord.

Het kabinet neemt het advies van Van de Donk over. Uit de verkenning bleek dat de partijen nog wel van mening verschillen over het loonakkoord, maar er zijn geen onoverkomelijke verschillen meer om constructief met elkaar in overleg te gaan.

Loonakkoord

Het loonakkoord werd van de vier vakbonden alleen niet door de FNV ondertekend. De grootste bond vindt dat de loonsverhoging, ruim 5 procent over twee jaar en een eenmalige uitkering van 500 euro, teveel door de werknemers zelf wordt betaald omdat het geld voor een deel uit de pensioenopbouw komt.

Van de Donk adviseert het gesprek onder leiding van een externe voorzitter te laten plaatsvinden. Zo hoopt hij dat de betrokken partijen, waaronder ook ambtenarenpensioenfonds ABP, tot een overeenstemming kunnen komen. "Een sprong voorwaarts in plaats van een vlucht terug. Juist daarom is het herstel van onderling vertrouwen zo verschrikkelijk hard nodig", schrijft Van de Donk.

Premieverhoging

Een bijkomend probleem is dat het ABP mogelijk de pensioenpremie voor 2016 moet verhogen om nog aan de financiële verplichtingen te kunnen voldoen. 

In dat geval, schrijft Van de Donk, "wordt vanuit werknemerszijde bijgedragen door, zoals gebruikelijk, het werknemersdeel van een premieverhoging te betalen."

Eerder riepen vakbonden en andere betrokken organisaties de ministers van Financiën, Binnenlandse Zaken, Onderwijs en Sociale Zaken op dat het kabinet een mogelijke premieverhoging moet betalen.

De partijen zouden volgens de verkenner bereid zijn dit probleem op te lossen door van iedereen een bijdrage te vragen.