De 66.000 'onzichtbare jongeren' die niet naar school gaan en ook niet werken, moeten dat wel gaan doen. Gemeenten moeten die jongeren opsporen.

Dat schrijven de ministers van Sociale Zaken en van Onderwijs maandag aan de Tweede Kamer.

Het kabinet gaat met om te beginnen 35 gemeenten afspraken maken om de jongeren, die ook niet voor werkbegeleiding in beeld zijn bij uitkeringsinstantie UWV, op te sporen en aan de studie of het werk te zetten.

De gemeenten moeten hun bestanden gaan vergelijken. Dat kan al wel bij jongeren tot 23 jaar, maar het gebeurt te weinig. Het kabinet wil ook dat er wordt gekeken naar de bestanden van jongeren tot 27 jaar.

Gemeenten moeten vervolgens met scholen, werkgevers en UWV zorgen dat de jongeren gaan meedraaien in de samenleving.