Het financieel beheer bij spoorbeheerder Prorail moet anders georganiseerd. Er gaat te weinig geld naar spoorvervanging en te veel naar grote projecten, zoals stations. 

Dat zegt staatssecretaris Sharon Dijksma (Infrastructuur) in een interview met De Telegraaf dat zaterdag verschijnt, maar waarvan de krant vrijdag al een klein deel publiceert.

"Prorail is een getormenteerde mammoettanker", zegt ze. "Het bedrijf heeft veel klappen gehad. En voor een deel is dat ook terecht. Het financieel beheer zal echt anders moeten. We hebben ontdekt dat er te weinig geld gaat naar spoorvervanging en te veel naar grote projecten, zoals stations".

Ook inspecteurs van het Rijk stelden al dat de teugels nog strakker moeten worden aangehaald om financiële tegenvallers te vermijden. Zij hadden zich op nadrukkelijk aandringen van de Tweede Kamer gebogen over de problemen bij het staatsbedrijf.

Uit een Kamerbrief van de staatssecretaris blijkt dat afgelopen vijf jaar gemiddeld 172 miljoen per jaar voor beheer en onderhoud op de plank bleef liggen. 

Meevallers

In een reactie bevestigt Prorail dat het geld om diverse redenen niet is besteed. "Ten eerste hadden we een aantal meevallers. Zo bleken sommige werkzaamheden goedkoper dan gedacht. Ook hadden we geld gereserveerd voor onverwachte werkzaamheden, maar dat budget hoeven we niet te gebruiken", aldus de spoorbeheerder op de website.

Ook zijn volgens de spoorbeheerder om diverse redenen werkzaamheden vertraagd en zijn planningen opgeschoven.

Mansveld

Dijksma's voorganger Mansveld zei eerder nog dat een tekort van 475 miljoen euro dreigde voor beheer, vervangen en het onderhouden van het spoor door kostenoverschrijdingen bij grote projecten, maar dat blijkt deels anders te liggen. 

Er was wel sprake van een reeks financiële tegenvallers, maar het ging ook om andere misstanden. Mansveld lag hierom in de Tweede Kamer onder vuur en moest meer opheldering verschaffen over de gang van zaken bij de spoorbeheerder.

Complexe projecten

Uiteindelijk trad Mansveld eind oktober af vanwege het Fyra-debacle en erkende toen dat veel grote stationsprojecten van Prorail duurder zijn uitgevallen. De afgelopen dertien jaar ging het om ruim 300 miljoen euro extra. 

Ze benadrukte dat dergelijke projecten complex zijn. De ruimte om te bouwen is beperkt en er zijn veel partijen bij betrokken, van omwonenden tot gemeenten en de vervoerders. Ook moesten projecten tijdens de bouw worden aangepast. Zo bleek grondwater een probleem bij de bouw van de spoortunnel in Delft.