Aan sluiting van kolencentrales, waar deze week uit verschillende hoeken om is gevraagd, zitten wel heel veel haken en ogen.

Dat blijkt uit een reactie van minister Henk Kamp (Economische Zaken).

Op 1 juli 2017 zijn er nog vijf kolencentrales in Nederland, waarvan er drie dit jaar in gebruik zijn genomen. ''De bouw van deze centrales heeft miljarden gekost.''

De sluiting van Nederlandse kolencentrales leidt ook niet direct tot CO2-reductie in Europa, omdat de kolencentrales vallen onder het Europese emissiehandelssysteem. ''Binnen dit systeem mag de CO2-uitstoot die in Nederland wordt verminderd, elders in Europa uitgestoten worden.''

Doordat stoken van duurzame biomassa in kolencentrales dan niet meer kan, worden volgens de minister verdere doelstellingen voor duurzame energie niet gehaald.

''Ook neemt de afhankelijkheid van stroom uit het buitenland toe'', zegt Kamp. ''Die stroom kan deels van bruinkool- en steenkoolcentrales in het buitenland komen. Deze zijn juist vervuilender dan de relatief schone Nederlandse kolencentrales.''

''Tot slot moet rekening worden gehouden met schadeclaims tegen de Staat, ten koste van de belastingbetaler, als de overheid kolencentrales dwingt om te sluiten'', waarschuwt Kamp.

Met ingang van volgend jaar worden al hogere rendementseisen aan de centrales gesteld en de vijf meest vervuilende centrales gaan al dicht. Het kabinet doet intussen onderzoek naar mogelijkheden om uitstoot te verminderen en kijkt daarbij toch ook naar het sluiten van alle centrales.