Wim Kok is verbaasd over de stilgehouden beslissing van bondgenoten, waardoor er vermoedelijk geen luchtsteun kwam voor Dutchbat in de 'veilige' Bosnische enclave Srebrenica in 1995.

Toenmalig premier Kok wist destijds van niets. Hij trad in 2002 af na het NIOD-rapport over het Srebrenica-drama .

Kok woonde afgelopen zomer een conferentie bij in Den Haag, waar besluitmakers van de VN en de betrokken landen spraken over wat er in 1995 fout is gegaan. Aan het onderzoeksprogramma Argos heeft Kok laten weten: ''Ik heb tijdens de conferentie in Den Haag mijn bevreemding uitgesproken over het feit dat de Nederlandse regering onkundig is gebleven van de blijkbaar gemaakte afspraak''.

Wat er tijdens de conferentie precies is besproken, is nog niet openbaar. Argos besteedt er in de uitzending zaterdag op NPO Radio 1 aandacht aan.

Enclave

Eind juni bleek uit Amerikaanse documenten dat een afspraak tussen Frankrijk, Groot-Brittannië en de Verenigde Staten de reden is geweest dat luchtsteun voor de Nederlandse VN-militairen uitbleef toen de Bosnische Serviërs aanvielen. Na de val van de enclave werden duizenden moslimmannen vermoord door de troepen van generaal Ratko Mladic.

De afspraak werd gemaakt na de gijzeling van Britse en Franse blauwhelmen. Op verzoek van Londen en Parijs werd met de VS overeengekomen de luchtmacht niet in te zetten tegen de Bosnisch-Servische troepen. De drie landen hielden dat stil.

Luchtsteun

In de uitzending van Argos zegt ook de Britse generaal Rupert Smith dat hij niet was ingelicht. Hij was destijds in de regio van Srebrenica VN-troepencommandant. Hij kon niet zelfstandig beslissen over luchtsteun. Smith herinnert zich dat hij kort na de beslissing over de luchtsteun instructie kreeg dat ''de uitvoering van het mandaat van de VN-missie ondergeschikt was aan de veiligheid van het VN-personeel''.

Smith zelf had gewaarschuwd voor de gevaarlijke situatie rond de 'veilige' enclaves in Oost-Bosnië. Hij denkt dat de Serviërs hebben geweten dat de VN niet terug zouden slaan.