De effecten van een vrijhandelsverdrag (TTIP) tussen de Europese Unie en de Verenigde Staten zijn voor ontwikkelingslanden ''zeer klein''. 

Dat blijkt uit een onderzoek van de Rijksuniversiteit Groningen in opdracht van minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking).

Het kabinet wil dat het handelsverdrag - waarover nog wordt onderhandeld - de positie van arme landen niet verslechterd. In een brief aan de Kamer vrijdag schrijft Ploumen dat uit het onderzoek blijkt dat de gevolgen van een toekomstig akkoord voor de arme landen beperkt is, ''maar wel overwegend positief is met name voor Afrikaanse landen".

De gevolgen blijven klein omdat veel arme landen weinig handel drijven met de EU en de VS. De verwachting is dat Afrikaanse landen die sterke handelsrelaties met de EU hebben juist kunnen profiteren van het verdrag. Dat kan omdat de economische groei die TTIP de EU zou brengen ook een positief effect kan hebben op de handel met Afrika, aldus de onderzoekers.

Negatieve effecten

Er worden kleine negatieve effecten verwacht voor onder meer Honduras, Cambodja,Tsjaad en Haïti. Het kabinet wil kijken of daar iets aan kan worden gedaan.

Bij rijkere landen (de zogenoemde midden- en hoge-inkomenslanden) zijn volgens het rapport meer negatieve effecten zichtbaar. Vooral Canada en Mexico zullen de gevolgen merken van een verdrag van hun buurland met Europa. De Canadese en Mexicaanse economie zijn nauw verweven met de VS en goedkopere producten uit de EU hebben ''bovengemiddeld negatieve effecten'' voor deze beide landen.