De Islamitische Universiteit Rotterdam (IUR) toont geen maatschappelijk verantwoordelijkheidsbesef en trekt zich niets aan van afspraken die zijn gemaakt met onderwijsminister Jet Bussemaker.

Bussemaker laat dat vrijdag weten na vragen van VVD, SP en CDA. De partijen beklaagden zich over nieuwe omstreden uitlatingen door de rector van de IUR, Ahmet Akgündüz.

Dit keer gaat het om haattweets over Koerden. Ook noemde hij de daders van de aanslag in Ankara in oktober 'helden'. Eerder deed hij al hatelijke uitspraken jegens homo's, joden, Armeniërs en alevieten en gaf hij een stemadvies voor de partij van de Turkse president Tayyip Erdogan.

Bussemaker had de rector en de bestuurders al aangesproken op de uitlatingen, omdat die strijdig zijn met de Nederlandse normen en waarden. Juist in zijn positie als rector heeft Akgündüz een speciale verantwoordelijkheid, stelt de minister.

Ze had er al geen vertrouwen meer in dat de rector zich aan de afspraken houdt en zou laten zien dat hij de principes van de Nederlandse rechtsstaat respecteert. ''Dat heb ik nog steeds niet'', schrijft ze.

Boegbeeld

Ook de raad van toezicht en het stichtingsbestuur laten het afweten. ''Het is mij tot dusver niet gebleken dat dat de IUR ook daadwerkelijk vindt dat dergelijke uitingen niet passen bij het boegbeeld van een onderwijsinstelling die voor zichzelf een rol ziet in het integratieproces.''

Bussemaker heeft een nieuwe wet gemaakt om voortaan in te kunnen grijpen in dit soort situaties. Ze wil het wetsvoorstel nog dit jaar indienen bij de Tweede Kamer.