Tussen slijterijen en borrelshops, interne slijterijen in supermarkten, moet sprake zijn van een eerlijk speelveld. Huidige regels moeten daarom tegen het licht gehouden worden.

​Dat vinden onder andere VVD, PvdA en D66.

De branche van slijterijen staat onder druk doordat steeds meer supermarkten een interne slijterij hebben, ook voor sterke drank.

Onlangs oordeelde de rechter echter dat supermarkten voor de verkoop van sterke drank verplicht altijd een gediplomeerde slijter aanwezig moeten hebben. Gezien de ruime openingstijden voor supermarkten zijn hier vaak twee fulltimers voor nodig.

Volgens de supermarkten worden zij hierdoor onnodig zwaar op kosten gejaagd. 

Inventarisatie

De branchevereniging van de slijters, De Slijtersunie, maakte een inventarisatie van de inpandige borrelshops en vraagt burgemeesters nu de wet te handhaven, zo schrijft De Telegraaf donderdag.

PvdA-Kamerlid Mei Li Vos geeft in dit geval de slijters gelijk: "Dit gaat om sterke drank. Het is logisch dat je dat goed in de smiezen houdt met een gediplomeerde verkoper."

D66-Kamerlid Kees Verhoeven zet daar echter vraagtekens bij. "Het is zeer de vraag of een permanent aanwezige gediplomeerde slijter vereist is", stelt hij. 

"Het gaat immers vooral om het controleren van de leeftijd. Het terechte doel van de wet is om te voorkomen dat er drank wordt verkocht aan minderjarigen."

Regels

Zowel Vos als Verhoeven vinden dat regels voor winkeliers tegen het licht gehouden moeten worden. "Met de veranderende winkelbehoefte en de noodzaak van de detailhandel om met nieuwe concepten klanten te blijven trekken gaan we wel kijken of alle regels en scheidslijnen nog wel logisch zijn", stelt de PvdA'er.

Vos denkt daarbij in dit geval aan mogelijkheden voor slijterijen om hun verdienmodel te moderniseren. "Fysieke winkels die een toegevoegde waarde bieden naast webwinkels zijn de toekomst, denk ik."

D66-Kamerlid Kees Verhoeven is dat met haar eens: "Nieuwe verdienmodellen zijn nodig om de detailhandel overeind te houden. Wetten en regels mogen geen rem zetten op innovatie", zegt hij. "De overheid moet daarbij zorgen voor een gelijk speelveld voor alle bedrijven."

De VVD denkt dat er mogelijkheden te bedenken zijn om winkeliers meer ruimte te bieden om te kunnen ondernemen.

"Als horecabedrijf ben je nu beperkt in wat je kan verkopen, maar bijvoorbeeld kledingwinkels ook. Waarom zou een kledingzaak geen glaasje prosecco mogen aanbieden na de verkoop van een mooi pak?", vraagt VVD-Kamerlid Erik Ziengs zich af. "En waarom zou je als café niet ook streekproducten mogen verkopen?"

Volgens de VVD'er moet de huidige wet echter wel worden nageleefd.