Nederland moet opnieuw een forse naheffing aan Brussel betalen. Het gaat dit keer om een bedrag van 446 miljoen euro.

Dat heeft minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer geschreven.

Dijsselbloem had eerder al rekening gehouden met een nieuwe naheffing en heeft daar 612 miljoen euro voor gereserveerd.

Vorig jaar oktober kreeg het kabinet van de Europese Commissie in Brussel een netto naheffing van 643 miljoen euro opgelegd. De naheffing leidde tot verbazing bij het kabinet en tot grote commotie in de Tweede Kamer. Uiteindelijk bleken de cijfers te kloppen en maakte Dijsselbloem het geld eind december over.

Ook dit jaar is er in de Tweede Kamer negatief op de naheffing gereageerd. Een meerderheid wil dat het systeem voor de EU-begroting op de schop gaat.

Berekeningen

De nieuwe naheffing is het gevolg van een nacalculatie van btw-afdrachten door de 28 EU-landen en nieuwe berekeningen over de omvang van hun economie. Daaruit blijkt dat Nederland flink moet bijbetalen. Dit is omdat het bruto nationaal inkomen (bni) in de periode van 2011 tot en met 2014 groter was dan eerder is berekend.

Over wat het kabinet doet met het verschil van 166 miljoen euro tussen het gereserveerde bedrag en de nieuwe naheffing wordt eind november een besluit genomen. Het bedrag van 446 miljoen moet in december worden overgemaakt.

De Nederlandse naheffing is één van de grootste vergeleken met andere EU-landen. Ook Bulgarije (57,3 miljoen), Ierland (147,7 miljoen) en Luxemburg (86 miljoen euro) moeten flink bijbetalen. In totaal moeten zestien landen extra betalen, twaalf landen krijgen geld terug. In totaal draagt Nederland dit jaar 7,8 miljard euro af aan de EU.

Vereenvoudiging

Dijsselbloem heeft eerder gepleit voor het vereenvoudigen van de manier waarop de Europese begroting wordt vastgesteld. Hij verwacht dat de jaarlijkse nacalculatie al vanaf volgend jaar wordt aangepast op de nationale begrotingsprocessen. 

De nacalculatie verschuift naar het voorjaar, waardoor lidstaten meer tijd hebben om hun betaling te doen. De feitelijke betaling wordt verschoven van december naar juni in het jaar daarna. Daardoor is er voor de lidstaten meer tijd om de betaling ook in de eigen overheidsfinanciën in te passen.

Dijsselbloem zal zich naar eigen zeggen blijven inzetten voor het verder vereenvoudigen van de Europese begroting. Tegelijkertijd benadrukt de minister in zijn brief dat hij het wel eens is met de manier waarop de afdracht wordt berekend.

"Nederland onderschrijft de rechtvaardigheid van het bni als grondslag voor de nationale afdrachten aan de Europese Unie. Bovendien twijfelt Nederland niet aan de werkwijze van statistiekbureau Eurostat en daarmee evenmin aan de kwaliteit van de door Eurostat geverifieerde statistieken", aldus de minister.