De aanschaf van de Joint Strike Fighter (JSF) gaat mogelijk een half miljard euro duurder uitvallen.

Dat schrijft minister Jeanine Hennis-Plasschaert dinsdag in de begroting van volgend jaar van haar ministerie. Nederland wil 37 van de F-35-gevechtsvliegtuigen kopen als opvolger van de F-16.

Oorzaak van de mogelijke prijsstijging is de "fors hogere" dollarkoers, schrijft de bewindsvrouw. Het project gaat volgens de nieuwe raming ruim 5,2 miljard euro kosten. Dat is een verschil van 550 miljoen met eerdere ramingen. Hogere btw-afdrachten kosten 75 miljoen euro.

Maar het budget wordt vooralsnog niet aangepast aan de nieuwe schatting, schrijft Hennis.

"Dit zou abrupte, ingrijpende maatregelen vergen, terwijl het onzeker is of die uiteindelijk nodig zullen zijn, ook omdat de toestellen in verschillende tranches over een reeks van jaren worden aangeschaft. Zowel veranderingen in de dollarkoers als in de prijzen (in dollars) zullen de komende jaren immers van invloed zijn op de ramingen."

Gevoelig

Eerder dit jaar zette het kabinet de handtekening onder de aanschaf van de eerste acht toestellen. Daarmee was een "point of no return" bereikt, aldus Hennis. De eerste toestellen zullen in 2019 worden geleverd. In 2024 moet het nieuwe toestel volledig zijn ingevoerd.

De JSF is een gevoelig dossier in politiek Den Haag. Na jaren van debatten hakte het kabinet in september 2013 de knoop door. Vooral in regeringspartij PvdA was het toestel lang een heet hangijzer. De sociaaldemocraten hebben uiteindelijk gekozen voor de F-35, maar waren ook lang tegen.