De zondag in het zuidoosten van Turkije opgepakte Nederlandse journalist Frederike Geerdink wacht nog op een officiele aanklacht.

Dat zei minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel) bij afwezigheid van minister Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) dinsdag tijdens het Vragenuur.

"Geerdink zit op dit moment nog in voorarrest. Er is nog geen aanklacht tegen haar geformuleerd", zei Ploumen. "Dat zal naar verwachting morgen gebeuren."

Geerdink werd afgelopen weekend in het zuidoosten van Turkije opgepakt. Volgens haar familie omdat zij zich in verboden gebied zou bevinden. De journaliste deed daar verslag van een groep Koerdische activisten van de pro-Koerdische oppositiepartij HDP die als menselijk schild protesteren in gebieden waar het Turkse leger actief is.

Volgens Turkse autoriteiten is Geerdink niet opgepakt vanwege haar journalistieke activiteiten, maar omdat haar veiligheid in het gebied niet gegarandeerd kon worden.

Ploumen kon niet bevestigen of Geerdink zich daadwerkelijk in verboden gebied bevond. "Op dit moment gaan wij af op de informatie die wij van de Turkse autoriteiten krijgen", aldus Ploumen.

Video: Journaliste Geerdink opgepakt in Turkije

Tweede keer

Het is overigens niet de eerste keer dat de Geerdink is opgepakt. In januari werd ze al kort aangehouden. Dat gebeurde tijdens een bezoek van minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders aan Turkije.

Geerdink, die onder meer schrijft voor Het Parool en De Groene Amsterdammer werd toen "propaganda maken voor een terroristische organisatie" ten laste gelegd. De aanklacht werd gemaakt vanwege haar boek De jongens zijn dood, daarin schrijft zij over de Koerdische kwestie in Turkije.

In april werd ze vrijgesproken door de Turkse rechter. 

Spanningen opgelopen

In de tussentijd zijn de spanningen in Turkije opgelopen. Na de aanslag op een Koerdisch cultureel centrum in de Turkse plaats Suruc waarbij 32 mensen om het leven kwamen is het geweld in Turkije opgelaaid. De verantwoordelijkheid voor de zelfmoordaanslag wordt toegeschreven aan terreurgroep IS.

De Koerden pleegden daarna aanslagen op Turkse veiligheidsdiensten, omdat zij Erdogan verwijten samen te werken met IS. Sinds eind juli is de Turkse president Erdogan een offensief begonnen tegen de Koerdische PKK. Volgens Erdogan is het onmogelijk om door te gaan met het vredesproces met de Koerden.

De PKK stelt op haar beurt dat de wapenstilstand die in 2013 werd gesloten geen waarde meer heeft, omdat de Turkse luchtmacht Koerdische troepen, die in Noord-Irak strijden tegen IS, onder vuur neemt.

Persvrijheid

Turkije is al vaker op de vingers getikt over hoe het omgaat met de persvrijheid. In December 2014 deed de Turkse politie invallen bij bij Turkse televisie- en krantenredacties die zouden sympathiseren met Fethullah Gülen, de politieke rivaal van Erdogan. 

De Europese Unie noemde de arrestatiegolf, waarbij 24 mensen werden gearresteerd, "onverenigbaar met de persvrijheid."

SP-Kamerlid Harry van Bommel benadrukte dat Turkije koploper is in het opsluiten van journalisten en wil weten of deze houding consequenties heeft voor de toetreding van Turkije bij de EU.

Volgens Ploumen heeft Nederland vaker haar zorgen uitgesproken over de Turkse behandeling van journalisten en blijft dat een punt van aandacht. Ploumen stelt dat toetreding problematisch wordt wanneer waarden als persvrijheid en vrijheid van meningsuiting niet gewaarborgd zijn.