De situatie voor lesbiennes, homo- en biseksuelen en transgenders (lhbt's) in Rusland is zo verslechterd dat Nederland soepeler zal omgaan met hun asielaanvraag.

Staatssecretaris Klaas Dijkhoff (Veiligheid en Justitie) heeft besloten deze personen voortaan als risicogroep aan te merken.

Dat betekent dat ze al ''met geringe indicaties'' aannemelijk kunnen maken dat ze in eigen land een gegronde vrees hebben voor vervolging. Ze moeten dat wel blijven aantonen met persoonlijke feiten en omstandigheden, schrijft Dijkhoff maandag aan de Tweede Kamer.

Hij baseert zich op een verslag van Buitenlandse Zaken over de situatie in Rusland het afgelopen jaar voor lhbt'ers.

Versoepeling

Vorig jaar was er al een versoepeling voor Russische seksuele minderheden in het asielbeleid. Toen hoefden betrokkenen niet meer eerst bescherming te hebben gevraagd aan de Russische autoriteiten voordat ze vluchtten. Voorheen was dat nog wel een vereiste.

Dijkhoff schrijft dat het antihomo-sentiment onder de bevolking verder is aangewakkerd. Dat is volgens hem het gevolg van de wet uit 2013 die verbiedt om niet-traditionele relaties onder de aandacht van minderjarigen te brengen.

Vrijbrief

Deze omstreden wet verschaft in de praktijk een vrijbrief om seksuele minderheden aan te vallen, te intimideren of te discrimineren, aldus de staatssecretaris.

Autoriteiten doen daar nauwelijks iets aan. Ook de media dragen bij aan een homofoob klimaat, dat bovendien niet meer alleen op het platteland en in de regio's heerst maar ook steeds meer in Russische steden.

Het is niet bekend hoeveel Russische lhbt's al hebben aangeklopt in Nederland. Dat wordt niet apart geregistreerd, zegt een woordvoerster. Wel blijkt uit cijfers dat er in 2013 231 personen uit Rusland voor het eerst asiel aanvroegen, in 2014 waren dat er 163 en in 2015 tot en met juli 67 Russen.

COC

Het COC is blij met de wijziging, waar de belangenorganisatie al voor had gepleit. ''We rekenen er op dat de Russische lhbt-asielzoekers die dreigen te worden uitgezet, nu alsnog in Nederland mogen blijven'', zegt COC-voorzitter Tanja Ineke.