Enkele directieleden van Prorail mogen zich niet meer bezighouden met de aanbesteding van spoorwegonderhoud. 

Dat is het gevolg van het feit dat het bedrijf het ministerie van Infrastructuur niet expliciet op de hoogte heeft gesteld van de verlenging van vier spooronderhoudscontracten.

President-directeur Pier Eringa van Prorail is nu verantwoordelijk voor het dossier, aldus staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur) woensdag in een brief aan de Kamer.

De kwestie kwam eind juni aan het licht na een onderzoek van accountantsbureau PwC. De contacten hadden een looptijd van 3,5 jaar, maar werden zonder overleg met het ministerie door Prorail verlengd tot tien jaar. Het staatsbedrijf overtrad hiermee de aanbestedingswet.

De spooronderhoudsbedrijven hebben inmiddels laten weten in te stemmen met ontbinding van de verlengde contracten.

Incident

Mansveld beschouwt het als ''een op zichzelf staande gebeurtenis en als een eenmalig incident''. Een onderzoek naar de cultuur en het naleven van wet- en regelgeving zoals bij de NS gebeurt na sjoemelen bij een aanbesteding in Limburg, is volgens haar niet nodig.

Ze gaat hierover wel in gesprek met de leiding van Prorail, maar acht de maatregelen die de directie heeft en gaat nemen voldoende.

Ministerie

Maar ook haar ministerie had beter werk kunnen leveren, erkent Mansveld. ''Achteraf gezien was het wenselijk geweest als het ministerie de langere looptijd uit de documenten van Prorail had afgeleid.''

Dit ontslaat Prorail er volgens haar echter niet van om het ministerie actief te informeren over belangrijke ontwikkelingen. Prorail heeft een betere informatievoorziening toegezegd.