Bussemaker wil minder 'schools' hoger onderwijs

Het hoger onderwijs moet kleinschaliger en minder schools. Daarmee wil minister Jet Bussemaker de kwaliteit van het onderwijs verbeteren, zo laat ze weten aan NU.nl.

Bussemaker presenteert dinsdagmiddag haar plannen om het hoger onderwijs klaar te maken voor de toekomst. Ter voorbereiding sprak ze afgelopen maanden met alle betrokken partijen, inclusief de studentenvakbonden.

"Ons hoger onderwijs is goed, maar niet goed genoeg om voorbereid te zijn op de toekomst", stelt de minister.

"Het is nu vooral ingesteld op kennisoverdracht met een docent die voor een grote collegezaal een verhaal staat te houden. In een snel veranderende internationale samenleving krijgen daardoor de vormende componenten van het onderwijs te weinig aandacht."

Bussemaker wil een groot deel van het geld dat ze bespaart met het afschaffen van de basisbeurs gebruiken om duizenden extra docenten aan te stellen. Het onderwijs kan daardoor kleinschaliger en dus persoonlijker.

Motivatie

Volgens haar blijven studenten nu dikwijls ongemotiveerd, omdat docenten zich aanpassen aan de minst gemotiveerde studenten. Door kleinere klassen en meer ruimte en flexibiliteit in het onderwijsaanbod moeten studenten het onderwijs krijgen dat bij ze past.

"Ik hoop dat we de motivatie van studenten daarmee kunnen vergroten", aldus Bussemaker.

Ze verwacht daarbij ook wat van studenten zelf. "De onderwijsinstellingen zijn geen supermarkten waar je gewoon wat vakken die je leuk vindt uit de rekken kan trekken, afrekent bij de kassa en een diploma kan ophalen."

Comfort zone

De minister wil bovendien dat studenten uit hun "comfort zone" komen en "hun hersens laten kraken" over meer dan alleen de studiestof.

"Het hoger onderwijs moet de verbinding met de buitenwereld versterken", aldus Bussemaker. "Laat een student commerciële economie eens meelopen met de deurwaarder of laat een student in de grote stad eens nadenken over problemen in zijn stad. Het gaat er om dat je door samen na te denken verder komt."

Volgens Bussemaker zullen universiteiten straks minder gericht zijn op traditionele disciplines en meer gestoeld zijn op maatschappelijke en wetenschappelijke uitdagingen.

De afgestudeerde student van 2025 zal zich daardoor volgens haar beter dan nu kunnen aanpassen aan de buitenwereld. 

Flexibel

Bussemaker wil verder het onderwijssysteem flexibeler maken zodat makkelijker kan worden overgestapt tussen opleidingen en opleidingsniveau's.

Van de onderwijsinstellingen verwacht ze dat het geld zo veel mogelijk wordt gestoken in het onderwijs. Dit kan volgens haar onder meer door colleges vaker online te doen en minder te investeren in grote collegezalen.

Voor docenten die innovatieve ideeën hebben om het onderwijs te verbeteren worden beurzen ter beschikking gesteld.

Over de exacte invulling van de beschikbare extra middelen wil Bussemaker kwaliteitsafspraken maken met de hoger onderwijsinstellingen. Wat haar betreft wordt in ieder geval 60 procent van het geld dat wordt opgehaald met het afschaffen van de basisbeurs gestoken in de extra docenten.

Realistisch

De universiteiten zijn tevreden met de agenda voor het hoger onderwijs. Maar de Vereniging van Universiteiten (VSNU) vraagt de overheid tegelijkertijd om realistisch te zijn. De VSNU heeft er eerder al op gewezen dat er niet 1 miljard euro vrij komt voor de universiteiten, zoals is voorgespiegeld, maar 236 miljoen euro.

''Deze middelen komen bovendien geleidelijk vrij en zijn pas over een kleine tien jaar op hun hoogtepunt'', schrijft de VSNU. Na de invoering van het leenstelsel zullen universiteiten nog steeds lastige keuzes moeten maken als het gaat om investeringsdoelen en prioriteiten.''

Universiteiten hebben volgens de VSNU moeite met de verschillende ''landelijke potjes en doelsubsidies'' die de minister instelt. Instellingen waarschuwen daarom voor een toename van de administratieve rompslomp.

Studentenorganisatie ISO zet vraagtekens bij de uitvoerbaarheid van de plannen van Bussemaker om 4.000 extra docenten aan te stellen. ''Van deze docenten wordt veel verwacht, bijvoorbeeld op het gebied van vernieuwende onderwijsmethoden en didactiek. Hierdoor moeten zij op een andere manier les gaan geven en dat gebeurt niet vanzelf'', zegt ISO-voorzitter Linde de Nie.

''Die visie is mooi, maar tussen droom en daad bestaan natuurlijk grote verschillen'', zegt De Nie.

Lees meer over:
Tip de redactie