Premier Mark Rutte is niet bekend met de cijfers uit het antisemitismerapport dat deze week naar de Tweede Kamer is gegaan. Daaruit blijkt dat 40 procent van de autochtone jongeren 'niet zo positief' is over Marokkanen.

Dat zei hij vrijdag tijdens zijn wekenlijkse persconferentie na afloop van de ministerraad.

Uit het rapport blijkt dat 9 procent van de Nederlands-Marokkaanse jongeren 'niet zo positief' is over joden in Nederland, terwijl uit datzelfde onderzoek blijkt dat 40 procent van de autochtone jongeren 'niet zo positief' is over Marokkanen.

"Dat tweede onderzoek ken ik niet", zei Rutte desgevraagd. "Ik heb alleen de mediaberichten gezien."

Minister Lodewijk Asscher (Integratie) zei deze week zich ernstig zorgen te maken over de houding van moslimjongeren tegen joden. Over de andere uitkomsten van het onderzoek hield het kabinet zich stil.

Rutte benadrukte in zijn persconferentie echter wel dat voor racisme en discriminatie "als zodanig geen ruimte is in dit land".

Beleid

Asscher zei naar aanleiding van het rapport de aanpak van antisemitisme te intensiveren door het probleem onder moslims bespreekbaar te maken, door te zorgen voor betere voorlichting aan docenten en door onderzoek naar de rol van sociale media bij antisemitisme.

Premier Rutte is een andere mening toegedaan als het gaat om discriminatie van allochtonen. "Hier geldt dat je dit niet oplost met nieuwe wetgeving of grote plannen en protocollen", aldus Rutte. "Alsjeblieft, we verstikken in dit land door het beleid." Volgens de premier is het nodig de dialoog op grote schaal te blijven voeren.

Samenstelling samenleving

Volgens Rutte is de samenstelling van de Nederlandse samenleving de afgelopen jaren veranderd. Nieuwe groepen zijn bezig hun plek in dit land te bevechten, zei Rutte. "Veruit de meesten doen dit op een positieve manier, zoals dat altijd gaat als grote groepen migranten in een samenleving arriveren. Dat hebben we in Nederland vaker gehad in onze geschiedenis."

Gevoelens die daarmee gepaard gaan wegdrukken of ongepast verklaren, is volgens de premier "het laatste wat we moeten doen."