Minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) noemt de uitkomsten van een nieuw onderzoek naar de opvattingen tussen bevolkingsgroepen in Nederland "zeer ernstig".

Dat schrijft hij dinsdag in een brief aan de Tweede Kamer.

De minister liet het Verwey Jonker Instituut onderzoek doen na berichten over antisemitisme in de Nederlandse samenleving.

Met name de houding van moslimjongeren richting Joden baart hem zorgen. Uit het onderzoek blijkt dat 12 procent van deze jongeren "niet zo positief" denkt over Joden in Nederland.

De houding van jonge Turkse moslims is overigens negatiever (17 procent is niet positief over Joden in Nederland) dan de jonge Marokkaanse moslims (9 procent).

Ook blijkt uit het onderzoek dat deze negatieve gevoelens vaker voorkomen bij lage inkomens dan bij hogere inkomens.

Marokkanen

Volgens Verwey Jonker komt het echter veel vaker voor dat christelijke en niet gelovige jongeren niet zo positief denken over allochtone groepen dan islamitische jongeren denken over Joden in Nederland. Zo staat 40 procent van de autochtone jongeren in Nederland niet zo positief tegenover Marokkanen.

Wat uit het onderzoek verder naar voren komt is dat er onder zo'n 15 procent van de moslimjongeren begrip bestaat voor het slaan of schoppen van zionisten in Nederland, als reactie op een aanval van het Israelische leger waarbij veel vrouwen en kinderen omkomen.

Schokkend 

"Het is schokkend te zien dat in de richting van een kleine gemeenschap als de Joodse duidelijk negatieve gevoelens onder een deel van de jongeren voorkomt", aldus Asscher.

De minister vindt het "zeer onwenselijk dat conflicten elders overslaan op onze buurten". 

"Ik vind het onacceptabel dat - in de context van het conflict tussen Israël en de Palestijnse gebieden - bij sommige jongeren begrip is voor acties tegen Joodse mensen in Nederland, zoals bijvoorbeeld slaan en schoppen", schrijft Asscher.

Video: Asscher schrikt van antisemitisme

Voetbalstadion

De minister hekelt verder het "schijnbaar achteloze gebruik van het woord Jood als scheldwoord en de dynamiek in het voetbalstadion" en spreekt zijn ongerustheid uit over "de hoge mate van vooroordelen tussen jongeren onderling".

"De manier waarop jongeren afgaan op vooroordelen en elkaar niet als individu benaderen, staat een samenleving waarin iedereen in veiligheid zichzelf mag zijn in de weg", aldus Asscher.

Hij wil dan ook de aanpak van antisemitisme intensiveren, onder andere door het probleem in onder andere de Turkse gemeenschap bespreekbaar te maken.

Ook wil hij het onderwerp bij docenten in het onderwijs aankaarten en een voorlichtingscampagne tegen vooroordelen starten. Via een zogeheten expertmeeting moet bovendien meer inzicht worden verkregen in de rol van sociale media bij antisemitisme.

Asscher stelt dinsdagmiddag tegenover de pers dat antisemitisme nooit helemaal zal verdwijnen, maar hij ziet wel een opdracht om jongeren bij te brengen hoe we met elkaar om dienen te gaan.

De minister geeft toe dat de conclusies aantonen dat het "heel slecht" is gesteld met de integratie. "Ik denk dat we het onderwijs te weinig gesteund hebben. Leraren zijn in de steek gelaten. Die voerden de integratiediscussie in al zijn rauwheid in de klas", aldus de minister.

"Laten we alsjeblieft een beetje normaal met elkaar omgaan. Heb respect voor wie anders is dan jij. Dat is een waarde die zo cruciaal is."

Vervolgonderzoek

De minister wilde eigenlijk wachten met de publicatie van het onderzoek om de uitkomsten van een vervolgonderzoek af te wachten. Dit nader onderzoek had betrekking op de achtergronden van de houding van islamitische jongeren richting Joden.

Aangezien de uitkomsten deze week al uitlekten, besloot Asscher het onderzoek alsnog nu al aan de Kamer te sturen.