Het ministerie van Defensie wil vergaand samenwerken met andere landen bij de nieuwe onderzeeërs die in 2025 in dienst moeten worden genomen.

Dat heeft minister Jeanine Hennis-Plasschaert donderdag aan de Tweede Kamer laten weten.

"Nederland streeft daarom naar vergaande samenwerking gedurende de gehele levenscyclus van het materieel en stelt geen harde grens aan de reikwijdte van de samenwerking. Zelfs de inzet van multinationale bemanningen bij oefeningen of operaties moet worden overwogen", aldus Hennis.

Op dit moment werkt de onderzeedienst ook al samen met andere landen, onder meer op gebied van onderzoek, onderhoud en opleiding. Maar Defensie wil met het oog op de kosten de samenwerking verder verdiepen. Er wordt bij de vervanging gekeken naar mogelijke samenwerking met Australië, Duitsland, Canada, Zweden en Noorwegen.

Hennis wil wel dat Nederland opnieuw onderzeeboten krijgt die voor een langere tijd ver van huis kunnen worden ingezet. Dat kan wel grenzen stellen aan de samenwerking, schrijft ze. Met de aanschaf levert ons land verder een "aanzienlijke bijdrage" aan de behoeftes van de NAVO.

Walrusklasse

Vorig jaar november had de bewindsvrouw al laten weten de huidige vier onderzeeboten van de Walrusklasse te willen vervangen. Hoeveel geld met de vervanging is gemoeid en om hoeveel exemplaren het gaat, kan ze nog niet zeggen. In 2018 valt er een definitief besluit over de vervanging.

De marine heeft de vier onderzeeboten sinds 1990 in gebruik. Ze zijn ingezet in de jaren negentig voor het afdwingen van blokkades voor de kust van toenmalig Joegoslavië. Verder zijn ze actief bij de bestrijding van de drugssmokkel in de Cariben en bestrijding van piraten voor de kust van Somalië.