Dorpen in het oosten van Oekraïne rond de plek waar vlucht MH17 vorig jaar neerstortte, krijgen op korte termijn hulp van Nederland. 

Op deze wijze wil het kabinet onder meer zijn dankbaarheid tonen aan de dorpsbewoners die na de crash hebben geholpen met het bergen van wrakstukken en stoffelijke resten.

Minister Lilianne Ploumen (Ontwikkelingshulp) zei woensdag in de Kamer dat het gaat om voedsel- en hygiënepakketten. Ook wordt er gekeken of de dorpsbewoners op langere termijn kunnen worden geholpen. Bij de vliegramp kwamen 298 mensen om, onder wie 196 Nederlanders.

Volgens Ploumen is de situatie voor de dorpen niet echt rooskleurig. ''Het leek ons aangelegen nu zij het moeilijk hebben om iets extra's voor ze te doen'', aldus de minister. De ChristenUnie had er in april al voor gepleit om deze dorpen extra te steunen als blijk van waardering voor hun hulp.

Gevechten

In het gebied vecht het Oekraïense regeringsleger met pro-Russische separatisten. De Boeing 777 van Malaysia Airlines is op 17 juli vermoedelijk neergeschoten met een Buk-raket. Bij de vliegramp kwamen 298 mensen om, onder wie 196 Nederlanders.

In de periode dat de Nederlandse repatriëringsmissie niet in het rampgebied kon werken, gingen de lokale autoriteiten door met het verzamelen van wrakstukken en persoonlijke bezittingen. De bergingsmissie haalde later het materiaal op. Eind april werd de missie afgerond.