Geen einde aan samenwerking met constructieve oppositie volgens Rutte

Premier Mark Rutte denkt niet dat er een einde is gekomen aan de samenwerking met de "constructieve oppositie" van D66, ChristenUnie en SGP.

Die partijen hebben het kabinet de afgelopen jaren geholpen een reeks hervormingen door de Eerste Kamer te loodsen.

De drie oppositiepartijen wilden deze week echter niet meer praten met minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën over de begroting van volgend jaar. Op de vraag of daarmee de constructieve oppositie officieel ten einde is, antwoordde hij vrijdag na de ministerraad: "Dat is niet mijn indruk".

Tot dusver konden D66, CU en SGP de coalitie aan een meerderheid helpen in de Eerste Kamer. Dat is niet meer zo. Volgende week kiezen de Provinciale Staten een nieuwe Senaat. Dan hebben PvdA en VVD daar geen meerderheid meer met de drie bevriende oppositiepartijen.

Meerderheid

Omdat de vijf partijen geen meerderheid meer hebben in de Senaat ligt het volgens D66, SGP en CU niet meer voor de hand om op de oude manier door te gaan met onderhandelen. Naar verwachting gaat de regeringscoalitie de komende tijd langs bij individuele fracties om de wensen over de begroting te inventariseren.

Rutte benadrukte dat het kabinet zich zal houden aan de meerjarige afspraken die zijn gemaakt met de drie oppositiepartijen. Hij wees er verder op dat het drietal wel afzonderlijk wil praten met het kabinet. ''Wij zullen dan zeer oplettend luisteren.''

Rutte verwacht voortaan tot wisselende meerderheden te komen. Dat zal zijns inziens vermoedelijk wat makkelijker gaan dan in het verleden omdat er geen nieuwe bezuinigingsrondes nodig zijn.

Lees meer over:
Tip de redactie