Minister Jet Bussemaker (Onderwijs) trekt dit najaar haar handen af van de databank voor topvrouwen, die zij samen met werkgeversorganisatie VNO-NCW had opgericht.

Ze zal het register in de tussentijd onderbrengen bij een onafhankelijke stichting, zodat het wel kan worden voortgezet.

Ze doet dat na kritiek uit de Tweede Kamer. Vooral de VVD en PVV verweten Bussemaker dat zij met haar initiatief de markt voor wervings- en selectiebureaus verstoort. De minister, die verantwoordelijk is voor emancipatie, zei donderdag in de Kamer dat ze elke schijn van betrokkenheid bij de arbeidsmarkt wil wegnemen.

Het ging haar er vooral om vrouwen die geschikt zijn voor bestuursfuncties in bedrijven, zichtbaar te maken. Ze wees erop dat sinds begin dit jaar 850 vrouwen in de database zijn opgenomen. Zij werden hiervoor veelal door huidige topbestuurders benaderd. Volgens de minister bestaat er veel enthousiasme over de lijst, ook bij vrouwen zelf.

Ver achter

Nederland loopt in vergelijking met het buitenland ver achter met het aantal vrouwen in raden van bestuur en raden van commissarissen.

Het streefcijfer in Nederland is dat die voor 30 procent uit vrouwen moeten bestaan. Slechts 5,3 procent van de bedrijven voldoet daar nu aan. PvdA, SP en D66 willen juist wel dat de minister alles aangrijpt om het aandeel van vrouwen omhoog te krijgen.

Bussemaker wil dit aan de markt zelf overlaten, maar wel met een stimulans van de overheid. Het Zweedse model ziet ze niet zitten. Daar zal een bedrijf worden ontbonden als er niet 40 procent vrouwen in de leiding zitten.