Het openbaar aanbesteden van de hogesnelheidslijn in 2001 door het toenmalige kabinet-Kok was een "idiote exercitie". Dat zegt oud-president-commissaris van NS Jan Timmer woensdag tegenover de enquetecommissie Fyra.

De NS deed daarom bij de aanbesteding in 2001 een extreem hoog bod van 178 miljoen euro per jaar om de aanbesteding sowieso te winnen. Volgens hem maakte dit niet uit, omdat het linksom of rechtsom via de staatskas zou worden betaald.

"Ik deed het om een punt te zetten achter een volstrekt idiote exercitie", aldus Timmer. "Het irriteert mij dat dit hoge bod tot het hoofdprobleem is geworden van dit dossier. Dat is onzin."

Eerdere pogingen om de aanbesteding onderhands aan NS te gunnen mislukten. Uit de verhoren blijkt dat de verhoudingen tussen NS en het ministerie van Verkeer en Waterstaat in die tijd totaal verziekt waren.

Het te hoge bod van NS wordt gezien als een belangrijke oorzaak van de problemen met de HSL. Hierdoor moest bezuinigd worden op de treinen en kwam de NS dus uit bij de onervaren hogesnelheidstreinbouwer AnsaldoBreda.

Ook moest de Staat in 2011 ingrijpen om het NS-bedrijf achter de Fyra, HSA, van faillisement te redden.

Idioot bod

Eerder op de dag erkende oud-projectdirecteur namens het ministerie van Verkeer en Waterstaat Wim Korf dat er door de Staat geen vragen zijn gesteld over het realiteitsgehalte van het in zijn ogen "idiote" bod van de NS.

"We hebben het bod beoordeeld op de door ons vastgestelde criteria. Als zij beweren dat het een haalbare businesscase is is dat voor ons een gegeven", aldus Korf. 

De oud-directeur haalde fel uit naar het spoorbedrijf: "De NS moet hierover maar eens aangesproken worden. Wat is dit voor gekkigheid?"

Volgens hem zijn de problemen niet veroorzaakt door het hoge bod van de NS, maar doordat het spoorbedrijf er "een potje van had gemaakt". "De NS is een grote vent. Die hadden het moeten klaarmaken en waarmaken. Dat is niet gebeurd. Ik heb mij daaraan geërgerd", aldus Korf.

Zorgelijk

Eerder op de dag gaf oud-adviseur van het ministerie Kees van Krieken tegenover de enquetecommissie aan dat bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat bekend was dat het financiële plaatje van NS er "zorgelijk" uit zag.

Zo was er bij de bieding uitgegaan van extreem positieve scenario's en was de kans groot dat de kosten niet zouden worden terugverdiend.

Bovendien klopten volgens Van Krieken de "sommetjes soms niet met het verhaal". Zo was het inkopen van treinen krap begroot, terwijl de NS wel een zitplaatsgarantie gaf. Ook was er niet voldoende reservemateriaal en was er geen ruimte voor uitbreiding.

Volgens Van Krieken waren zijn zorgen bekend bij het ministerie, maar wilde de NS geen inzicht geven in de achtergrond van de berekeningen. "Dan is het risico voor hen", was toen volgens Van Krieken de houding van het ministerie. Hij sprak van wantrouwen tussen het spoorbedrijf en het ministerie.

Korf zei geen kennis te hebben van de zorgen van de adviseur. 

Moeder van alle ellende

Timmer noemde de privatisering van de NS "de moeder van alle ellende". Het zit hem nog steeds dwars dat de relatie tussen het ministerie en de NS zo zakelijk was dat zij destijds niet tot een gezamenlijk gedragen overeenkomst konden komen.

Hij noemt dit een "fatale fout" en een "kardinale gemiste kans", maar volgens hem waren de verhoudingen tussen de Staat en de NS "totaal verziekt".

Volgens Van Krieken was het HSL-project te redden geweest als het ministerie en de NS na de aanbestedingsprocedure waren gaan samenwerken. Nu bleven de twee partijen hangen in wantrouwen.

Niet aan de eisen

Van Krieken stelde verder dat het bod van de NS om de aanbesteding van de HSL te kunnen winnen niet aan de eisen voldeed.

Volgens hem was een voorwaarde dat de trein in 93 minuten van Amsterdam naar Brussel zou kunnen komen, maar de NS kwam blijkens berekeningen slechts tot 101 minuten. Ook hiervan was Korf niet op de hoogte, liet hij weten tijdens het verhoor.

Volgens Van Krieken waren er wel meer aspecten in de aanbesteding van de NS die niet klopten, maar zou hier in een latere fase verder over worden onderhandeld. 

Dit gebeurde uiteindelijk niet, ook omdat de NS voor het ministerie de enige serieuze kandidaat bleek.

Volgens Van Krieken was duidelijk dat de NS de reistijddoelstellingen niet zou halen, maar werd er bij het ministerie geredeneerd: "we kijken wel hoe ver ze komen".

Donderdag zullen oud-ministers Gerrit Zalm (Financiën) en Tineke Netelenbos (Verkeer en Waterstaat) onder ede worden gehoord.