Minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel) wil weten wat voor impact het vrijhandelsverdrag tussen de EU en de VS, kortweg TTIP, op de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden in Nederland zal hebben.

Zij heeft daarom de hulp ingeschakeld van de Sociaal Economische Raad (SER), het adviesorgaan van ondernemers, vakbonden en onafhankelijke experts, om haar te adviseren over de mogelijke sociaal economische gevolgen die TTIP zal hebben in Nederland.

"Het kabinet wil graag een handelsakkoord met de Verenigde Staten dat goed uitpakt voor Nederlandse burgers en bedrijven. Uiteraard hoort daar ook behoud dan wel versterking van onze arbeidsnormen bij. De SER kan ons daarbij helpen", zegt Ploumen tegen NU.nl.

Oneerlijke concurrentie

Ploumen wil weten of het handelsverdrag de Nederlandse arbeidsvoorwaarden kan aantasten. Zij denkt daarbij aan het gebruik van chemische stoffen op de werkvloer en hoelang een werknemer hieraan mag worden blootgesteld.

Als die standaarden verschillen, kunnen Nederlandse bedrijven te maken krijgen met oneerlijke concurrentie van Amerikaanse bedrijven.

Ploumen wijst erop dat bij handelsakkoorden van de Europese Unie altijd goed wordt gekeken naar het waarborgen van deze sociale standaarden en dat dat ook bij TTIP het geval moet zijn.

"In het onderzoek van de SER gaat het er met name om hoe die waarborgen het beste uitgevoerd kunnen worden en of er eventueel nog aanvullende garanties nodig zijn", aldus Ploumen.

'Rode lijnen'

Sinds het TTIP-debat is alle hevigheid is losgebarsten, heeft Ploumen zich meerdere malen kritisch uitgelaten over het nog tot stand te komen handelsverdrag.

Voor haar zijn er een aantal "rode lijnen" voor het kabinet die niet overschreden mogen worden. 

Zo mag het verdrag de Europese voedselstandaarden en milieunormen niet aantasten.

Ook is de minister kritisch op het voorgestelde arbitragesysteem (ISDS) dat het mogelijk maakt dat buitenlandse investeerders nationale regeringen buiten de rechtbank om kunnen aanklagen.

Verder vindt zij het belangrijk dat het verdrag door de nationale parlementen van de EU-landen wordt goedgekeurd. De Europese Commissie vindt een goedkeuring van het Europees parlement voldoende.

TTIP

De laatste weken is de discussie rondom TTIP opgelaaid. Vooral tegenstanders laten van zich horen, zij vrezen een inperking van in Europa geldende standaarden rondom voedselveiligheid, arbeidsomstandigheden en dierenwelzijn die vooral voor Amerikaanse multinationals gunstig uitpakken.

Ook is er veel ophef over de voorgenomen investeringsverdragen (ISDS in jargon). Zo'n verdrag geeft multinationals de kans om overheden aan te klagen als investeringen door veranderende wet- en regelgeving minder of helemaal niets meer waard worden. Daar komt geen nationale rechter aan te pas.

Werknemersorganisatie FNV vreest dat er door de komst van TTIP 600.000 banen in Europa verloren gaan en dat het ten koste gaat van de gezondheid van werknemers. Het handelsverdrag zet de arbeidsvoorwaarden en lonen onder druk, zegt de FNV.

De regering is wel voorstander van de komst van het vrijhandelsverdrag, dat officieel het Transatlantic Trade and Investment Partnership (TTIP) heet.

Lees ook: 'EU-leiders verschuilen zich in TTIP-debat achter Brussel'  | Dit moet u weten over het vrijhandelsverdrag EU-VS | Wat is een chloorkip precies?