De onafhankelijke commissie die onderzoek gaat doen naar de zaak waarover minister Ivo Opstelten en zijn staatssecretaris Fred Teeven vielen, wordt geleid door oud-ombudsman Marten Oosting.

Het rapport moet eind dit jaar klaar zijn, schrijft minister Ard van der Steur van Veiligheid en Justitie vrijdag aan de Tweede Kamer.

Het gaat om een schikkingszaak uit 2000 van toenmalig officier van justitie Fred Teeven met drugscrimineel Cees H. Opstelten zei dat hiermee een bedrag van 1,25 miljoen gulden was gemoeid, later bleek het om 4,7 miljoen gulden te gaan.

Het afschrift hiervan was volgens Opstelten onvindbaar. Dat bleek later toch niet het geval, waarna hij opstapte. De Tweede Kamer eiste vervolgens een onafhankelijk onderzoek.

Oosting moet volgens Van der Steur in elk geval de schikkingsovereenkomst, de informatie die over deze schikking al dan niet beschikbaar was, de informatieverstrekking aan de Tweede Kamer en het mogelijk lekken over de schikking onderzoeken. De Kamer mag zich hierover nog uitspreken en wijzigingen aanbrengen.

Ruime bevoegdheden

De commissie krijgt ruime bevoegdheden, aldus minister Van der Steur. Ze mag met iedereen spreken en medewerkers van het ministerie van Veiligheid en Justitie, Openbaar Ministerie en van het ministerie van Financiën worden verplicht alle medewerking te verlenen. Ook kan de commissie zo nodig de Rijksrecherche inschakelen.

De Kamer mag zich nog over de onderzoeksopdrachten van Van der Steur uitspreken en wijzigingen aanbrengen. Michiel van Nispen (SP) maakt alvast bezwaar tegen een onderdeel. ''Dit moet een onderzoek worden naar waarheidsvinding, in het algemeen belang. Dan past het niet daar een onderzoek naar het lek, de klokkenluider, mee te verbinden.''

Voor de VVD is het van belang dat mogelijk lekken wel wordt onderzocht. VVD-minister Edith Schippers (Volksgezondheid) zei eerder dat het geen toeval kan zijn dat de voor haar partij nare kwestie opdook tijdens twee verkiezingscampagnes. De timing is ''te toevallig'', zei ze in de Kamer.

De PvdA'er Oosting (1943) was de Nationale ombudsman van 1987 tot eind 1999. Daarna was de Groninger onder meer lid van de Raad van State, staatsraad en leidde hij de commissie die onderzoek deed naar de vuurwerkramp in Enschede.