De dorpen rond het rampgebied in het oosten van Oekraïne waar vlucht MH17 neerstortte, moeten volgens de ChristenUnie in aanmerking komen voor Nederlandse hulp. 

"Het is een teken van dank en waardering voor hun steun bij het verzamelen van wrakstukken en stoffelijke overschotten", aldus Kamerlid Joël Voordewind.

Dat idee lanceerde hij woensdag in een debat over noodhulp met minister Lilianne Ploumen (Ontwikkelingshulp). Volgens hem was er kort na de ramp vorig jaar kritiek op de plaatselijke bevolking omdat zij mogelijk goederen zouden hebben ontvreemd, maar dat beeld is volgens hem ''gedraaid''. ''Het geven van hulp zou nu een ''mooi gebaar'' zijn, vindt hij.

Hij denkt niet direct aan financiële steun, maar aan voedselhulp, kleding of bijvoorbeeld dekens. ''Er zal moeten worden uitgezocht wat nodig is.'' De dorpen liggen in gebied in handen van de pro-Russische rebellen.

Bij de ramp met het toestel van Malaysia Airlines kwamen in juli vorig jaar alle 298 inzittenden om, onder wie 196 Nederlanders.

Wrakstukken

Een team van Nederlandse defensie- en politiemedewerkers heeft vorige maand in Oost-Oekraïne nog stoffelijke resten geborgen en persoonlijke bezittingen veiliggesteld. Ook namen ze wrakstukken mee die de burgemeester van het plaatsje Petropavlivka de afgelopen periode liet verzamelen.

Voordewind wil ook dat minister Ploumen geld vrijmaakt voor particuliere hulporganisaties die de honderdduizenden vluchtelingen en ontheemden in Oekraïne helpen. Van hen verblijft een groot aantal in het conflictgebied.

Er wordt nu alleen geld via de VN-organisaties gegeven, terwijl particuliere hulporganisaties veel makkelijker toegang hebben tot het rebellengebied, meent Voordewind.

Minister Ploumen deed geen toezeggingen in het debat. Het kabinet kijkt met ''bijzondere interesse'' naar de situatie in het rampgebied, zei ze. Mocht de humanitaire noodzaak ontstaan dat er extra hulp nodig is in Oekraïne dan zal het kabinet daar ''welwillend'' naar kijken. Ze komt binnenkort nog met een brief hierover.