Een team Nederlandse waterbouwkundigen, onder leiding van ingenieursbureau Grontmij, richt in het door burgeroorlog geteisterde Zuid-Sudan een vluchtelingenkamp opnieuw in.

Dat meldt het ministerie van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking zondag.

Het kamp bij de stad Bentiu waar tienduizenden ontheemden verblijven, dreigt in de regentijd te veranderen in een grote modderpoel.

Door de inzet van Nederlandse expertise hoeven de vluchtelingen straks niet meer tot boven hun enkels door te modder te waden.

Van de totale kosten, ruim 18 miljoen euro, neemt Nederland bijna 5 miljoen euro voor haar rekening. Andere financiers zijn de VN, de EU en Zwitserland.

Vorig jaar liep het kamp onder water, ook de wc’s, de schooltjes en het ziekenhuis. Om te zorgen voor een goede afwatering wordt in het kamp een ringdijk aangelegd en worden kanalen gegraven en grote pompen geïnstalleerd.

Reactie Ploumen

"Wat we in Bentiu doen is een mooi voorbeeld van de meerwaarde van Nederlandse kennis en kunde", aldus minister Lilianne Ploumen, die het gebied in het najaar bezocht.

"Allereerst belangrijk natuurlijk voor de vluchtelingen zelf, zodat zij een betere plek krijgen. Tegelijkertijd laat het zien hoezeer onze ondernemingen en kennisinstituten bij noodhulp een belangrijke rol kunnen spelen."

Ook de kans op ziektes als cholera en diarree wordt volgens Ploumen door de drooglegging van het opvangkamp in Zuid-Sudan een stuk kleiner.