Specialistische politiemensen die weigeren hun DNA af te staan voor een interne databank, mogen mogelijk niet altijd meedoen met een opsporingsonderzoek. 

Minister Ard van der Steur (Veiligheid en Justitie) zei woensdag in de Tweede Kamer dat de politieleiding dat kan beslissen.

Hij hoopt dat meer rechercheurs en forensisch onderzoekers dan alsnog besluiten hun DNA af te geven voor deze zogeheten eliminatiedatabank. Met de gegevens in deze databank wordt gecontroleerd of sporen op de plaats van het delict van een politieagent zelf is. Van de 1.249 betrokkenen hebben 949 hun DNA laten opslaan.

De andere 300 deden dat nog niet, sommigen vanwege gewetensbezwaren. ''Dat mogen ze, maar het is absoluut onwenselijk dat niet alle betrokkenen in de databank staan'', zei Van der Steur.  De Grondwet verhindert om de agenten te verplichten hun DNA af te staan.

Om toch meer druk te zetten, vindt de minister de vraag gerechtvaardigd of ze aan onderzoek kunnen meedoen. Ook wil hij dat aan nieuwe rechercheurs vooraf wordt gevraagd of ze bereid zijn hun DNA af te geven. Dat gebeurt via het afnemen van wangslijm.