Hoewel premier Mark Rutte onlangs stelde dat hij discriminatie "niet kan oplossen", ziet minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) een belangrijke taak weggelegd voor de overheid om dicriminatie op de arbeidsmarkt aan te pakken.

Als werkgevers zich schuldig maken aan discriminatie op de arbeidsmarkt, moet de overheid daar hard tegen optreden, zegt Asscher in een vraaggesprek met NU.nl.

Twee weken geleden stelde premier Rutte in een interview met Metro dat hij discriminatie "niet kan oplossen". "Ik kan tegen Nederland zeggen: 'discrimineer aub niet, beoordeel iemand op karakter en kennis'. Maar als het wel gebeurt, heeft Mohammed de keus: afhaken wegens belediging of doorgaan", zei Rutte tegen de krant.

Hoewel Asscher ook vindt dat migrantenjongeren hard hun best moeten doen en niet "na de eerste tegenslag bij de pakken moeten neerzitten", ziet hij het als een belangrijke taak voor de overheid deze jongeren aan het werk te helpen.

"Ik heb helemaal niks met slachtofferschap, maar de overheid heeft hier wel een hele belangrijke taak. De taak om mensen bij elkaar te brengen, zorgen dat je een stage vindt, te helpen dat je een eerste kans krijgt", aldus Asscher.

"De overheid moet ook hard zijn tegen discriminatie. Als dat voorkomt, en het wordt aangetoond, betekent dat dat bedrijven niet meer voor de overheid mogen werken."

Jeugdwerkloosheid

Dinsdag kondigde Asscher aan zich samen met minister Jet Bussemaker (Onderwijs) extra te richten op de bestrijding van de jeugdwerkloosheid onder migrantenjongeren. Die ligt met 24 procent een stuk hoger dan de 11 procent onder alle Nederlandse jongeren. Van de migrantenjongeren zonder diploma is zelfs 30 procent werkeloos.

Twee jaar geleden stelde hij oud-CDA-Kamerlid Mirjam Sterk aan als ambassadeur Jeugdwerkloosheid. 50 miljoen euro werd er in het project gestoken en twee jaar later zijn er 23.000 jongeren aan een werk- stage of leerplek gekomen. Daarvan is echter niet duidelijk hoeveel er een vaste baan aan hebben overgehouden.

In die twee jaar is de jeugdwerkloosheid gedaald van bijna 14 procent naar 11 procent. Daarbij moet rekening gehouden worden met het feit dat de economie weer aantrekt, waardoor de daling niet aan Sterk kan worden toegeschreven.

Sterk zegt zelf ook dat zij "geen banenmachine" is. "De jeugdwerkloosheid laat zich niet bij wet regelen. Maar wat belangrijk is, is dat wij veel nieuwe initiatieven hebben aangejaagd en dat het thema jeugdwerkloosheid hoger op de agenda is komen te staan", aldus Sterk.

Stapje bij

Asscher en Bussemaker nemen nu het stokje van haar over en zullen "er een stapje" bij doen om te zorgen dat er meer aandacht komt voor migrantenjongeren.

Asscher: "We gaan nu de tweede fase in. Die eerste twee jaar waren echt bedoeld om de boel aan te jagen, om de partijen met elkaar in contact te brengen en te zorgen dat er bij gemeenten plannen kwamen. De komende twee jaar gaan we volle bak door."

Er komt een "buurtgerichte aanpak" die al op lagere scholen begint. Speciaal voor de migrantenjeugd komen er projecten in Den Haag, Amsterdam, Eindhoven, Leeuwarden en Zaanstad. Daarnaast zijn er met honderd werkgevers afspraken gemaakt om de jongeren zo snel mogelijk aan het werk te krijgen.