Minister Lilianne Ploumen (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking) bestemt nog eens 21 miljoen euro voor hulp aan Syrische vluchtelingen én gemeenschappen in het Midden-Oosten die hen opvangen.

Dat zei ze zondag vanuit Jordanië.

De druk op die gemeenschappen wordt hoger en hoger, aldus Ploumen. Jordanië met zijn zes miljoen inwoners heeft ruim 600.000 vluchtelingen binnen de grenzen, Libanon met vier miljoen inwoners zelfs 1,2 miljoen.

''De toestroom vergt veel van bijvoorbeeld het lokale onderwijs, want ook de kinderen uit de vluchtelingenkampen moeten onderwijs krijgen. Op sommige plekken zijn er al zo veel scholieren dat er les wordt gegeven in ploegendiensten. Daar komt nog eens bij dat sommige kinderen jaren geen onderwijs hebben gehad en dus nog extra aandacht nodig hebben.''

Er moet dus voldoende hulp komen om die gemeenschappen te helpen alles in goede banen te leiden en de opvang ook nog even voort te zetten. Het einde van de crisis in Syrië is immers nog niet in zicht, vreest Ploumen.

Ze bezocht in Jordanië het VN-vluchtelingenkamp Al Zaatari en merkte van burgemeesters uit de omgeving dat ze blij waren dat ze niet alleen naar de vluchtelingen op zich keek, maar ook naar de mensen uit de omgeving zelf.

Kommer en kwel

Het is overigens niet alleen kommer en kwel voor de opvangende gemeenschappen, aldus Ploumen. ''Vluchtelingen krijgen geld en bonnen om in de omgeving inkopen te doen en ook hulporganisaties kopen zo veel mogelijk daar in. De lokale economie profiteert er dus ook een beetje van.''

De vluchtelingen in de kampen moeten ook zoveel mogelijk in die lokale economie worden opgenomen en dat vraagt dat mensen kunnen werken, wat ook goed is voor de eigenwaarde. Het gebeurt ook al.

''Ik was vandaag in een kapsalon annex hennatatoeagesalon. Die vrouw daar zei: ik was in Syrië kapster, dat kan ik hier ook. Nu heeft ze een salon in een container. Ik heb een mooie tatoeage gekregen, een tijdelijke.''

Veerkracht

Ploumen is vol bewondering voor de mensen die de veerkracht opbrengen om iets op te pakken. ''Het gaat om mensen die alles achter hebben moeten laten, die soms kinderen hebben verloren.''

Intussen zijn de kampen uitgegroeid tot dorpen en steden, die bijvoorbeeld met veel vuilnis zitten. Deskundigen uit Nederlandse gemeenten helpen met kennis.

Ook heeft Amsterdam nu vierhonderd fietsen gestuurd, die door de eigenaren thuis waren achtergelaten. Die worden nu door hulpverleners gebruikt, maar ook als fietstaxi's om het 'openbaar vervoer' te bevorderen.

Chronologie van de Syrische burgeroorlog l Dossier Syrië