Een crimefighter pur sang. Zo afficheerde Fred Teeven zich. Precies het imago dat de VVD graag uitstraalt. Hij verdwijnt omdat zijn minister opstapt, maar staatssecretaris Fred Teeven liep al eens langs het randje van de politieke afgrond.

Hij heeft met ''ziel en zaligheid'' gewerkt aan de bestrijding van de criminaliteit, zei hij maandagavond bij zijn aftreden. En dat aftreden deed hij zichtbaar met tegenzin. Hij moet aftreden om een deal waar volgens hem ''helemaal niks mis mee is''.

Voor hij naar de politiek overstapte maakte hij carrière bij het Openbaar Ministerie (OM). Daar was hij bij het landelijk parket als officier van justitie betrokken bij vrijwel alle grote strafzaken rond zware criminaliteit.

Hij was in die hoedanigheid betrokken bij zaken tegen onder andere Willem Holleeder, de Hells Angels en de zaak tegen zakenman Frans van Anraat, die aan het Irak van Saddam Hussein grondstoffen voor mosterdgas leverde.

Deals

In de strijd tegen de zware criminaliteit schroomde hij niet deals te sluiten met criminelen. Teeven kwam in 1999 in opspraak door het onderzoek van de commissie-Kalsbeek. Die stelde dat Teeven buiten het college van procureurs-generaal om verregaande toezeggingen had gedaan aan topcrimineel Mink K.

In 2002 stapte hij over naar de politiek. Maar zijn loopbaan bij Leefbaar Nederland duurde minder dan een jaar. Hij trok zich begin 2003 terug als kandidaat-lijsttrekker, toen het partijbestuur Emile Ratelband als mogelijke kandidaat voor deze post naar voren schoof.

Hij ging weer terug naar het OM, maar drie jaar later keerde hij terug in de Tweede Kamer. Ditmaal voor de VVD. Hij stond op plaats vijf van de kandidatenlijst. In 2010 werd hij staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, een plek die hij bijna vijf jaar zou bekleden.

Repressie

Als bewindsman onder Rutte I ging het vooral om repressie. Gedoogpartner PVV zette hier op in. In Rutte II kreeg hij er lastige dossiers bij, waaronder asielzaken. Ook moest er flink worden bezuinigd. Hij sneed in het gevangeniswezen en in de rechtsbijstand.

Politiek moeilijk kreeg hij het zwaar bij het debat over de dood van de Russische asielzoeker Aleksandr Dolmatov. Hij redde het in de Kamer, maar kreeg wel een motie van wantrouwen om zijn oren. Een jaar later, in 2014, volgde opnieuw een motie van wantrouwen, ditmaal ging het over asielzoekers.

Opnieuw hield hij zich staande, maar maandag volgde hij zijn minister, Ivo Opstelten, in diens val. Diens val om informatie over een akkefietje waar hij zelf als officier van justitie verantwoordelijk voor was.