Dinsdag debatteert de Tweede Kamer met minister Henk Kamp (Economische Zaken) over het kritische rapport van de OVV over de gaswinning in Groningen, dat onlangs werd gepubliceerd. Wat zijn de belangrijkste aanbevelingen daaruit?

De Onderzoekraad voor Veiligheid (OVV) concludeert in het rapport dat alle bij de gaswinning betrokken partijen, onder wie het ministerie van Economische Zaken, de afgelopen decennia vooral oog hadden voor de financiële opbrengsten van de gaswinning en nauwelijks voor de risico's voor de Groningers.

De bij het (nieuwe) gasbesluit betrokken partijen, het zogenoemde gasgebouw, moeten alle zeilen bijzetten om het verloren vertrouwen van de Groningers terugwinnen. En dat is niet gemakkelijk, stelt de OVV.

Dit zijn de belangrijkste aanbevelingen die voortvloeien uit het rapport:

1. Erken fouten

De eerste stap die moet worden genomen is dat het gasgebouw erkent dat het tot begin 2013 onzorgvuldig is omgegaan met de veiligheid van de Groningers. Minister Kamp gaf maandag het goede voorbeeld met een ruimhartige spijtbetuiging. "Het spijt mij zeer dat de veiligheidsbelangen van de Groningers niet de aandacht kregen die ze verdienden", zei hij.

Het kabinet zette daarmee de eerste stap in het herstel van het vertrouwen. De andere betrokken partijen - de NAM, toezichthouder Staatstoezicht op de Mijnen, GasTerra, EBN en Shell en ExxonMobile - moeten nog met een reactie op het rapport komen.

2. Versterk veiligheidsbelang

Omdat decennialang onvoldoende aandacht is geweest voor de veiligheid van de Groningers, moet het veiligheidsbelang veel explicieter worden meegenomen in de besluitvorming. NIet alleen bij de gaswinning in Groningen, maar ook bij de toekomstige exploitatie van delfstoffen die in de Nederlandse bodem liggen.

Om dit te bewerkstelligen moet het gasgebouw fundamenteel op de schop, stelt het rapport. De provincie en gemeenten moeten als lokale volksvertegenwoordigers die het dichtst bij de burger staan, structureel worden betrokken bij de besluitvorming, zodat de veiligheidsbelangen van de bewoner een plek krijgen in het gasgebouw.

3. Versterk rol toezichthouder

De positie van de toezichthouder SodM moet versterkt worden. Nu valt de toezichthouder officieel nog onder het minsterie van Economische Zaken, en dat kan niet langer. De SodM controleert namelijk of de betrokken partijen zich aan de regels van de Mijnbouwwet houden. Daartoe voert het inspecties uit en verricht het onderzoek om in kaart te brengen wat de bevingsrisico’s zijn.

Om ervoor te zorgen dat de betrokken partijen niet weer dezelfde fouten maken en zich alleen focussen op de opbrengsten uit het Gronings gasveld, moet daarom de SodM worden losgekoppeld van het ministerie, raadt de OVV aan.

4. Wees eerlijk

Volgens de OVV is in het verleden niet eerlijk over de gevaren van de gaswinning gecommuniceerd naar de bewoners. Zo ontkende de NAM in het verleden dat er een relatie bestond tussen de gaswinning en de bevingen. Toen later werd erkend dat die er wel was, betekende dat een knauw in het vertrouwen van de Groningers.

Ook werd er gesteld dat de bevingen niet zwaarder zouden zijn dan 3,3 op de schaal van Richter, maar die bevingen werden wel zwaarder, zoals de beving in Huizinge in 2012 die een magnitude had van 3,6. Ook dat zorgde voor een breuk in het vertrouwen.

De Raad stelt daarom dat de betrokken partijen concreet en transparant moeten zijn in hun communicatie over de gaswinning. De Groningers moeten een eerlijk beeld krijgen wat zij kunnen verwachten, op welke termijn en hoe de besluiten tot stand komen.

De partijen moeten eerlijk zijn over de risico’s en onzekerheden die gepaard gaan met de gaswinning. Betere communicatie zorgt voor een realistischer verwachtingspatroon voor de bewoners, aldus de OVV.

5. Betrek andere ministeries

Het ministerie van Economische Zaken is op dit moment het departement dat verantwoordelijkheid voor de gaswinning. Mede op basis van winningsrapporten van de NAM en advies van de SodM, stelt het ministerie vast hoeveel miljard kuub gas er uit de Groningse velden gehaald mag worden in het zogenoemde gaswinningsbesluit. 

Omdat er te lang enkel is gekeken naar wat het Gronings gas opbrengt en er geen aandacht is geweest voor de bewoners, moeten volgens de raad de ministeries van Binnenlandse Zaken, Wonen en Infrastructuur en Milieu betrokken worden bij het gaswinningsbesluit.

6. Onderzoeksplicht NAM

Omdat er nog veel onzekerheden en risico's kleven aan de gaswinning moet er structureel voor een langere periode onderzoek verricht worden naar de aardbevingsproblematiek. De onderzoeksplicht die de NAM hierin heeft moet wat de raad betreft versterkt worden. 

De NAM moet zorgen voor onafhankelijkheid wetenschappelijk onderzoek dat is toegespitst op de problematiek rond de gaswinning en de bevingen die daardoor ontstaan.