Enkele Nederlandse ambassades in landen waar jihadstrijders actief zijn, worden versterkt om terrorisme beter te kunnen bestrijden. Ook zullen de posten ter plaatse meer doen om een tegengeluid tegen extremisme te laten horen.

Dat zei minister Bert Koenders van Buitenlandse Zaken vrijdag in een reactie op het kabinetsbesluit om extra geld uit te trekken voor veiligheid.

Ongeveer een kwart daarvan is bedoeld voor extra inzet in risicolanden en internationale samenwerking om gewelddadig extremisme tegen te gaan en te voorkomen. In welke landen extra ''contraterrorisme capaciteit'' wenselijk is op Nederlandse posten, kon een woordvoerster nog niet zeggen.

Het ligt voor de hand dat dat bijvoorbeeld de ambassade in Irak is. Koenders wees er in een toelichting op dat radicalisering vaak begint in landen als Irak en Syrië, waar ook veel Nederlandse jihadstrijders heen gaan.

Het is volgens hem van belang om te weten wat daar precies gebeurt. Nederland heeft nu geen ambassade in Syrië, maar opereert vanuit het consulaat-generaal in de Turkse stad Istanbul.

Nationale veiligheid

''De wereld om ons heen is onveiliger geworden. Dat raakt rechtstreeks aan onze nationale veiligheid. Interne en externe veiligheid zijn steeds nauwer met elkaar verweven. Veiligheid en het behoud van onze open en vrije samenleving is geen vanzelfsprekendheid. De nieuwe veiligheidsrealiteit verplicht ons extra maatregelen te nemen'', aldus Koenders.

De preventieve aanpak, in samenwerking met andere landen, helpt volgens hem om radicalisering en terrorisme ''tijdig en bij de wortel aan te pakken en te voorkomen dat uitingen van terrorisme hun weg naar Nederland vinden''.

Niet alleen bepaalde ambassades in de jihadregio krijgen versterking, ook Nederlandse posten bij internationale organisaties als de Verenigde Naties en de Europese Unie kunnen extra capaciteit verwachten.