GGZ-instelling Denk klaagt Tweede Kamerleden Tunahan Kuzu en Selcuk Öztürk aan omdat de naam van hun nieuwe fractie overeenkomt met de naam van de GGZ-instelling. 

"De politici hebben een naam gekozen die identiek is aan de ggz-organisatie Denk, onderdeel van GGZ Friesland en sinds 2010 een geregistreerd merk", stelt de organisatie in een persbericht.

"Bovendien gebruiken de politici een logo waarvan de GGZ-organisatie vindt dat het qua kleurgebruik en typografie opvallend veel gelijkenissen vertoont met haar logo." 

Ruim een week geleden voerden de politici en de ggz-instelling een "open gesprek", maar volgens de organisatie leidde dat gesprek niet tot een oplossing. De instelling vindt het een "kwalijke zaak" dat "haar zorgvuldig opgebouwde merk" geassocieerd wordt met een politieke beweging. Daarom is een kort geding aangespannen. 

Volgens de organisatie zorgen de overeenkomsten voor verwarring bij cliënten.

Verschillende organisaties

Kuzu en Öztürk reageren door te stellen dat GGZ Friesland kiest voor dure advocaten in plaats van een constructieve oplossing.

“We gaan onze naam en logo niet aanpassen. DENK staat voor een politieke beweging. Met DENK willen wij Nederland aan het denken zetten. GGZ Friesland is een instelling voor de  geestelijke gezondheidszorg. Twee totaal verschillende organisaties. Bovendien heeft GGZ Friesland niet het alleenrecht op de naam DENK. Er zijn meer dan honderd organisaties die de naam DENK dragen", aldus  Kuzu en Öztürk.

"Op 16 februari zijn  wij vanuit Roermond en Rotterdam afgereisd om een open gesprek te voeren met de heren Jansen en Teer van de Raad van Bestuur van GGZ Friesland. De heren waren niet bereid om te komen tot een constructieve oplossing. Wij betreuren dat zeer, omdat nu duurbetaalde zorgverzekeringspremies door burgers worden uitgegeven aan dure advocaten. Geld dat ons inziens aan de kwetsbare cliënten in de geestelijke gezondheidszorg zou moeten worden besteed."

"We wachten de uitspraak van de rechter over dit geschil af en zien deze met vertrouwen tegemoet.”