Vlaanderen heeft de geschillenprocedure over het onder water zetten van de Hedwigepolder stopgezet.

De Vlaamse minister Ben Weyts van Mobiliteit en Openbare Werken heeft dat donderdag gezegd tijdens een bijeenkomst met zijn Nederlandse ambtgenoot Melanie Schultz van Haegen.

Een woordvoerster van het Nederlandse ministerie van Infrastructuur en Milieu bevestigt de woorden van Weyts.

Vlaanderen begon de procedure in mei 2012. Volgens een verdrag uit 2005 zou Nederland de Hedwigepolder onder water zetten als compensatie voor de uitdieping van de Westerschelde.

Het geduld van Vlaanderen was in 2012 op, waarna de Vlaamse regering een procedure startte om Nederland alsnog te dwingen de polder onder water te zetten. Inmiddels is daar groen licht voor gegeven.

Verheugd

Minister Schultz van Haegen reageert donderdag verheugd op het besluit van de Vlamingen. Ze had enkele maanden geleden het onderwerp al ter sprake gebracht tijdens een eerdere ontmoeting met Weyts. De bewindsman zegt donderdag: ''Het is tijd om de geschillen achter ons te laten, 2,5 jaar na de start van de procedure."

De twee ministers tekenden donderdag het verdrag tussen Nederland en Vlaanderen voor de aanleg van een nieuwe zeesluis Terneuzen. De nog te bouwen sluis moet de toegang tot de havens van Gent en van Terneuzen een vlotte doortocht van binnenvaartschepen tussen Nederland, België en Frankrijk bevorderen.

De bouw van de sluis moet in 2021 gereed zijn. De kosten worden geraamd op 920 miljoen euro. Nederland betaalt 155 miljoen euro, Vlaanderen draagt de overige kosten. Het huidige sluizencomplex is verouderd.