Provincies moeten een flink deel van de miljarden die ze op de bank hebben investeren in de regionale economie. Het geld moet naar infrastructuur, innovatie en het energiezuinig maken van gebouwen.

D66-leider Alexander Pechtold heeft daar maandag voor gepleid in het tv-programma Jinek. De investeringen zullen de werkgelegenheid aanjagen, voorspelt Pechtold.

Volgens de D66-leider hebben de twaalf provincies in totaal ongeveer 15 miljard euro aan vermogen op bankrekeningen en in obligaties. Dat geld hebben ze verdiend aan de verkoop van energiebedrijven de afgelopen tien jaar.

In 2005 hadden de provincies samen 4 miljard aan spaargeld, inmiddels is dat dus 11 miljard meer. Gelderland is volgens Pechtold de rijkste provincie met een tegoed van 5 miljard euro. Flevoland en Zeeland zijn het armst, met elk ongeveer 100 miljoen.

Wat Pechtold betreft maken de provincies niet het hele vermogen van 15 miljard op, maar enkele miljarden de komende tijd is wel zijn bedoeling. Als voorbeeld noemde Pechtold het energieneutraal maken van 1 miljoen huizen in Brabant of het energiezuinig maken van 250 schoolgebouwen in Overijssel.

Sommige grensprovincies doen er goed aan de infrastructuur met Duitsland of België te verbeteren. Zeeland en Zuid-Holland zouden kunnen samenwerken aan een getijdencentrale in de Brouwersdam.