Minister Ivo Opstelten van Veiligheid moet ook durven zeggen wat de politie niet kan of zal doen. Dat hebben politiechef Stoffel Heijsman en burgemeester Hubert Bruls van Nijmegen maandag gezegd.

De politie loopt tegen de grenzen van de mogelijkheden aan. Er zijn op dit moment honderden doelen die prioriteit voor de politie zouden moeten zijn, terwijl de organisatie tegelijkertijd wordt gereorganiseerd en ingekrompen. 

Heijsman en Bruls deden hun uitspraken bij de presentatie van de jaarcijfers van de politie-eenheid Oost-Nederland. Deze politie-eenheid omvat Gelderland en Overijssel. Het is de grootste eenheid van Nederland die verantwoordelijk is voor meeste inwoners.

Voorstellen

Oost-Nederland legt binnen enkele weken voorstellen bij de minister op tafel om rust in de organisatie te brengen. Ook de andere politie-eenheden gaan dat doen. Landelijke opties zijn volgens Brul het vereenvoudigen van de wirwar aan ICT-applicaties en het aanpakken van de bedrijfsvoering.

Daarnaast is maatwerk voor elke politieregio noodzakelijk. ''Sinds de komst van de nieuwe politieorganisatie is een fenomenale prestatie geleverd, maar de politie houdt dit geen jaren meer vol. De minister is goed in het formuleren van nieuwe ambities, maar nu moet hij gas terugnemen'', aldus de burgemeester.

Volgens Heijsman vreten de reorganisatie en de inkrimping energie. ''De reorganisatie is belangrijk, maar de ruimte voor nog meer extra prioriteiten is vrijwel op.'' Bruls vergelijkt de situatie met een verbouwing. ''Als je de keuken verbouwt, kun je geen tiengangendiner serveren. Dan is een driegangendiner ook heel mooi.''