Radicalisering op scholen moet worden aangepakt. Staatssecretaris Sander Dekker (Onderwijs) zegt dat naar aanleiding van de tweejaarlijkse veiligheidsmonitor, die hij donderdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. 

Daaruit blijkt dat vier procent van de schoolleiders zegt dat religieus extremisme voorkomt. Gemiddeld gaat het om 0,1 procent per locatie.

''Dit thema is natuurlijk heel actueel geworden na de aanslagen in Parijs'', zegt Dekker. ''Geradicaliseerde jongeren vormen een bedreiging voor de veiligheid op en buiten de school.''

In het kabinetsplan om jihadisme aan te pakken worden scholen ondersteund in het omgaan met radicaliserende jongeren. Ook moeten scholen meer aandacht besteden aan burgerschap om duidelijk te maken wat vrije waarden betekenen.

Uit de veiligheidsmonitor blijkt dat het grootste deel van leerlingen en docenten zich veilig voelt op en rond de school. Op basisscholen gaar het om 94 procent van het onderwijspersoneel en 97 procent van de leerlingen. In het voortgezet onderwijs is dat respectievelijk 89 en 94 procent.

Pesten

Toch is er ook reden tot zorg, vooral over het pesten van homoseksuele leraren en leerlingen en wapenbezit op school. Zo meldde vorig jaar 13 procent van de leidinggevenden incidenten met pesten van personeel wegens homoseksualiteit. In voorgaande jaren was dat 3 tot 7 procent. Het aantal meldingen over leerlingen die gepest werden wegens homoseksualiteit bedroeg in 2014 19 procent. In voorgaande jaren was dat 9 tot 16 procent. Wapenbezit op school werd in 2014 door 29 procent van de leidinggevenden gemeld. In 2012 was dat 22 procent.

Volgens Dekker laten de cijfers zien dat het kabinet ''onverkort'' moet doorgaan met zijn beleid om pesten op school terug te dringen.