De terreuraanslagen in Parijs zijn voor geen enkele moslim reden om zich te verantwoorden voor daden van "extremistische gekken" die zeggen uit naam van de islam de handelen.

Dat zeggen de onafhankelijke Kamerleden Tunahan Kuzu en Selcuk Öztürk dinsdag tegenover NU.nl.

"Wij veroordelen de verschrikkelijke aanslagen in Parijs en leven mee met de nabestaanden", zegt Kuzu. "Maar de aanslagen zijn geen reden om je pijlen te richten om bijna 1 miljoen Nederlandse moslims die niks met de aanslagen te maken hebben."

Dinsdag beklaagde Buma zich in De Telegraaf over de onzichtbaarheid van de moslimgemeenschap na de terreurdaad. Hij had graag gezien dat zij openlijk achter de slachtoffers zouden staan en zich distantiëren van moslimradicalen.

"De moslimgemeenschap, wie zijn dat?", vraagt Kuzu zich af. "Wat Buma doet is een hele groep verantwoordelijk stellen en verdacht maken. Daarmee creëert hij verdeeldheid in de Nederlandse samenleving. Van Wilders begrijp ik dat, maar dit is een christen-democraat onwaardig." 

Kuzu denkt dat Buma de terreuraanslag misbruikt om het CDA te profileren in aanloop naar de Provinciale Statenverkiezingen.

Afschuw

Daarnaast hebben Nederlandse moslims wel degelijk hun afschuw uitgesproken over de terreurdaad, stelt Kuzu.

Zo stelde het Contactorgaan Moslims en Overheid (CMO) diep geschokt te zijn door de "barbaarse en laffe" aanslag tegen de mensheid en noemde de daad een "aanval op de onze democratie, vrede en veiligheid".

Öztürk: "Ook op sociale media kun je zien dat moslims zich uitspreken tegen de terreurdaad. Wij liepen mee met de protestmars in Den Haag waar ik een hoop mensen heb gezien die moslim zijn."

Politiestaat

Woensdagavond debatteert de Tweede Kamer over de aanslagen in Parijs en wat voor gevolgen dat heeft voor de veiligheidssituatie in Nederland. Het kabinet is bezig met de uitwerking van een actieplan ter bestrijding van radicalisering en jihadisme in Nederland.

Ook de groep Kuzu/Öztürk vindt dat terrorisme hard moet worden aangepakt, maar waarschuwt het kabinet er wel voor dat met nog meer repressieve maatregelen Nederland kan verworden tot een politiestaat.

Kuzu: "Bovendien is dat niet de oplossing. Je moet de voedingsbodem voor de radicalisering aanpakken: zorgen voor gelijke kansen. Als iemand radicaliseert is dat niet alleen de schuld van de ouders en zijn omgeving, maar ook van de school, van jeugdzorg, de burgemeester en onze inlichtingendiensten."

Pijn in het hart

Öztürk: "Ik heb met pijn in mijn hart het bericht gelezen hoe een 19-jarige Maastrichtenaar is gebrainwashed door jihadisten om een aanslag in Irak te plegen. Maar die jongen is door zijn school drie maanden geschorst geweest omdat hij in een museum een kunstwerk waarop de profeet Mohammed naakt werd geportretteerd had vernield." 

"Dan moet er een belletje gaan rinkelen bij de school. Die moet elke week polshoogte bij die jongen nemen. Nu heeft hij drie maanden verder kunnen radicaliseren. Als iemand radicaliseert, is dat niet gelijk de schuld van de ouders of de moskee, maar ook van onze overheidsinstanties."

Groep Kuzu/Öztürk heeft daarom gevraagd of naast Premier Rutte, ministers Opstelten (Veiligheid en Justitie), Ronald Plasterk (Binnenlandse Zaken) ook minister Asscher (Sociale Zaken) bij het debat aanschuift.