Ruim driekwart van de wiet die in Nederland geteeld wordt, gaat naar het buitenland.

Ruim driekwart van de wiet die in Nederland wordt geteeld, gaat naar het buitenland. Dat staat in een nieuw onderzoek dat minister Ivo Opstelten (Veiligheid en Justitie) woensdag naar de Tweede Kamer heeft gestuurd. Het bevestigt zijn eerdere beweringen daarover.

Volgens de minister heeft het dus geen zin om de cannabisteelt voor de Nederlandse coffeeshops te reguleren, want de illegale teelt blijft dan toch nog bestaan voor de export.

Het kabinet houdt daarom vast aan de huidige strenge aanpak van wietteelt en de georganiseerde criminaliteit erachter. Volgens Opstelten is regulering bovendien in strijd met internationale verdragen.

Reguleren

De verkooppunten van cannabis worden gedoogd, maar de teelt van de softdrugs is illegaal. Sommige gemeenten dringen erop aan de teelt officieel te regelen, bijvoorbeeld met gecertificeerde wietkwekers. Op die manier zijn coffeeshops niet meer afhankelijk van illegale activiteiten en van de soms grote bendes die erachter zitten.

Volgens het Wetenschappelijk Onderzoeks- en Documentatiecentrum (WODC) wordt naar schatting 78 tot 91 procent van de wiet de grens over gesmokkeld. Als ook de consumptie van wiet door buitenlanders in Nederland wordt meegeteld in de schatting, dan bedraagt de export 86 tot 95 procent.

D66 is het volstrekt niet eens met de conclusies die Opstelten trekt. Kamerlid Magda Berndsen van die partij wijst onder meer op de grote marges die de onderzoekers aanhouden in hun berekeningen. Vanwege die onzekerheid zou de ondergrens van de export ook op 31 procent kunnen liggen, stelt ze.

D66 is voorstander van de regulering van de wietteelt voor de coffeeshops. Dat kan volgens Berndsen het huidige 'grijze gebied' in de teelt en handel oplossen. Bovendien kan de kwaliteit van de cannabis beter in de gaten worden gehouden.