Enkele tientallen Nederlandse militairen gaan binnenkort naar Irak om de training van Iraakse en Koerdische collega's voor te bereiden. 

Dat heeft het kabinet maandag aangekondigd in een brief aan de Tweede Kamer.

De ministers Bert Koenders van Buitenlandse Zaken en Jeanine Hennis van Defensie benadrukken daarin opnieuw dat de uiteindelijk 130 Nederlandse trainers niet mee zullen gaan in gevechtssituaties. Van Nederlandse gevechtstroepen is geen sprake, schrijven ze.

De komende trainingsmissie is een onderdeel van de Nederlandse bijdrage aan de internationale strijd tegen terreurorganisatie Islamitische Staat (IS). Nederlandse F-16-gevechtsvliegtuigen voeren ondertussen al weken bombardementen uit op IS-doelen, maar alleen in Irak.

Verkennen

De Nederlandse militairen gaan in Arbil in het noorden van Irak aan de slag met Koerdische strijders (peshmerga's) en in de hoofdstad Bagdad met Iraakse speciale eenheden. In Arbil werken de Nederlanders samen met Duitsers, in Bagdad met Amerikanen.

Er zijn al enkele Nederlandse stafofficieren in Irak om de boel te verkennen. De grotere voorbereidingsteams die nu naar het land gaan, zullen de plaatselijke situatie verder verkennen, contact onderhouden met coalitiepartners, de Iraakse veiligheidsdiensten en de Koerden. Koenders gaat binnenkort ook langs in de regio.

Vuurwapen

De militairen nemen hun vuurwapen mee om zichzelf te kunnen verdedigen. Ook krijgen de teams verbindingsapparatuur mee om onderling en met Nederland te kunnen communiceren. In Arbil wordt het voorbereidingsteam ondergebracht in hotels.

De peshmerga's zorgen voor de beveiliging. Voor de trainingsteams wordt mogelijk een kamp gebouwd op het vliegveld.

In Bagdad gaan de Nederlanders aan de slag op het beveiligde internationale vliegveld van de stad. Ze verplaatsen zich in gepantserde voertuigen. De situatie in Bagdad is gevaarlijker dan in Arbil. Eenheden van IS slagen er regelmatig in aanslagen in Bagdad uit te voeren, zoals vorige maand nog op een VN-konvooi bij het internationale vliegveld.

Syrië

Het kabinet gaat ook de steun voor de gematigde Syrische oppositie opvoeren. Ook groepen die onder het Vrije Syrische Leger vallen, kunnen hulp verwachten. Wapensteun is echter uitgesloten. Zo staat in dezelfde Kamerbrief.

De oppositie moet ''in staat worden gesteld een geloofwaardig alternatief te vormen'' voor Islamitische Staat (IS) en het regime van president Bashar al-Assad. De steun moet ertoe leiden ''dat zij effectief kunnen blijven opereren en de gematigde oppositie niet verder wordt gemarginaliseerd",' schrijven de minister Koenders en Hennis.

Teruggedrongen

Een 'factfinding-missie' van Buitenlandse Zaken en Defensie heeft vorige week onderzoek gedaan naar steun aan gematigde gewapende groepen die zijn teruggedrongen tot delen van het noorden en zuiden van Syrië. Nederland steunt de oppositie al sinds het conflict ruim drie jaar geleden uitbrak.

Volgens het kabinet kan in Syrië ''niet worden gesproken van positieve ontwikkelingen''. De gematigde oppositie wordt steeds verder teruggedrongen. In sommige gebieden vecht de gematigde oppositie samen met radicale islamistische groepen tegen het leger van Assad.