Woonminister Stef Blok wil liever geen instemmingsrecht aan de bewoners van corporatiehuizen verlenen.

Net als de meeste partijen in de Tweede Kamer wil hij de positie van de huurders wel versterken, maar instemmingsrecht geven voor alles wat een corporatie wil ondernemen is hem te veel van het goede.

Met dat instemmingsrecht kunnen die huurders alles wel tegenhouden wat niet in hun eigen directe belang is. Dat kan later schade opleveren. Er moet dus altijd naar drie belangen tegelijk worden gekeken: dat van de huurders, dat van de komende huurders en dat van het algemeen volkshuisvestelijk belang.

Bloks eigen VVD voelde er al niet zo voor de zeggenschap van de huurders ''zwaar op te tuigen'', in tegenstelling tot coalitiepartner PvdA.

Blok zei maandagavond in de Kamer dat corporaties zich niet uitsluitend hoeven te beperken tot het beheren en verhuren van sociale huizen alleen: er mag ook, onder strenge voorwaarden, aan bijvoorbeeld stads- en dorpsvernieuwing worden gedaan waar dat nodig is en marktpartijen uitblijven. ''Het is ja, mits'', aldus Blok, en ''ondersteunend aan de kerntaak''.

De Kamer wil verder één toezichthouder op al het werk van de corporaties, maar Blok wil de controle laten doen door het Centraal Fonds Volkshuisvesting (CFV) en de Inspectie Leefomgeving en Transport.

Dat toezicht kan volgens hem ook onafhankelijk zijn en heeft de ministeriële verantwoordelijkheid als voordeel: de Kamer kan er het kabinet op aanspreken.

Video: Blok ziet weinig in instemmingsrecht huurder

'Meer invloed van huurders op corporaties'