Oud-premier Dries van Agt vindt dat de teelt, handel en het gebruik van wiet 'strafrechtelijk irrelevant' moet worden.
 

Dat stelt de CDA-coryfee zaterdag in NRC Handelsblad.

Van Agt was als minister van justitie in 1976 verantwoordelijk voor de invoering van het onderscheid tussen harddrugs en softdrugs. De politicus reageert hiermee op een reeks recente rechterlijke uitspraken.

Zo oordeelde het gerechtshof in Amsterdam in juli dat de eigenaar van coffeeshop Checkpoint in Terneuzen geen straf moest krijgen voor de te grote hoeveelheid hasj en wiet die de eigenaar in huis had. Hij had de grote voorraad nodig voor de exploitatie van de gedoogde coffeeshop, iets dat bij de gemeente en justitie bekend was.

Kraakhelder signaal

Dit soort zaken, waarbij uiteindelijk geen straf wordt opgelegd, doet zich tegenwoordig steeds vaker voor.

Uit dit vonnis blijkt volgens Van Agt dat na veertig jaar gedoogbeleid "een absurde situatie" is ontstaan. De wetgeving is volgens de oud-premier niet meer op één lijn te brengen met de dagelijks praktijk rond coffeeshops. "Dit is een kraakhelder signaal aan de politiek. Los het probleem van de illegale bevoorrading van coffeeshops op", stelt Van Agt.