De journalistiek is flink verdeeld over een wetsvoorstel over bronbescherming. 

Dat bleek donderdag in een hoorzitting in de Tweede Kamer, waar vertegenwoordigers uit de journalistiek hun mening gaven over het plan van minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie.

Het wetsvoorstel geeft journalisten een wettelijk recht op bronbescherming. Maar het verschoningsrecht is in de visie van Opstelten niet onbeperkt.

In de hoorzitting zei voorzitter Thomas Bruning van de journalistenvakbond NVJ dat de beroepsgroep voorstander is van een wet, al behoeft het voorstel van Opstelten nog wel flinke aanpassing. Maar vervolgens toonde eerst Marcel Gelauff zich namens het Genootschap van Hoofdredacteuren zeer kritisch en wezen de vertegenwoordigers van De Telegraaf en Elsevier het wetsvoorstel ronduit af.

Jurisprudentie

Volgens adjunct-hoofdredacteur Joost de Haas van De Telegraaf is het wetsvoorstel ''overbodig en niet noodzakelijk, tenminste als de Nederlandse Staat zich houdt aan de Europese jurisprudentie die al sinds 1996 bestaat''. En dat is afgelopen jaren niet gebeurd, aldus De Haas.

Zijn krant lag regelmatig met justitie in de clinch omdat de krant bronnen niet wilde geven. De Europese rechter heeft de Staat op de vingers getikt, onder meer over de gijzeling van De Haas en collega Bart Mos, die in 2006 weigerden te onthullen wie AIVD-dossiers over topcrimineel Mink K. aan hen had doorgespeeld.

Ook Arendo Joustra van Elsevier stelde dat een wet niet nodig is omdat er duidelijke jurisprudentie van de Europese rechter in Straatsburg is.