Overheden mogen toetsen of een asielzoeker die zegt homoseksueel te zijn en vervolgd te worden in eigen land, daadwerkelijk homoseksueel is.

Maar, zo stelt het Europees Hof van Justitie dinsdag, dat mag niet te intiem en persoonlijk worden.

Zo mag er bijvoorbeeld niet gevraagd worden naar video-opnames van seksuele handelingen ter bewijs van de geaardheid. Iemands geloofwaardigheid mag alleen getoetst worden op algemene basis, zo stelt het EU-hof in het vonnis.

Het EU-hof boog zich over een zaak van drie vluchtelingen die in Nederland asiel aanvroegen. Zij vrezen dat zij in eigen land worden vervolgd voor hun homoseksualiteit. Nederland wees hun asielaanvraag af, omdat er getwijfeld werd aan de geloofwaardigheid van de mannen.

Die trokken naar de Raad van State en deze instantie vroeg het EU-hof om advies over hoe ver een land mag gaan bij het onderzoek naar seksuele geaardheid.

Verboden

Het EU-hof geeft in het vonnis met name aan wat overheden niet mogen doen. Zo mag er niet worden gevraagd naar details van de wijze waarop de asielzoeker praktisch invulling geeft aan zijn seksuele geaardheid. Dat schaadt de privacy, meent het EU-hof.

Het vragen naar bewijzen van homoseksualiteit of het laten verrichten van homoseksuele handelingen is mensonwaardig, aldus het hof.

Stereotypen

Een lidstaat mag niet concluderen dat iemand niet homoseksueel is als hij niet voldoet aan bekende stereotypen, stelt het EU-hof.

Bovendien mag er niet aan de geloofwaardigheid worden getwijfeld als een asielzoeker niet direct vertelt dat hij homoseksueel is. Het gaat immers om gevoelige informatie over intieme, persoonlijke aspecten van iemands leven.