Het Nederlandse missiebeleid is niet versnipperd. Defensie doet niet mee aan te veel kleine defensiemissies in het buitenland.

Dat stelden de ministers Bert Koenders (Buitenlandse Zaken) en Jeanine Hennis-Plasschaert (Defensie) woensdag in een debat in reactie op kritiek uit de Tweede Kamer.

''Vanuit buitenlandpolitiek oogpunt is er geen sprake van versnippering'', zei Koenders. Bij de bijdragen gaat het volgens hem vaak om een specialistische capaciteit waar niet zoveel andere landen over beschikken. Ook neemt ons land wel eens deel aan een uitzending omdat het veel informatie oplevert en handig is voor toekomstige missies.

De Tweede Kamer debatteerde woensdag over de evaluatie van kleine missies die plaatsvonden in 2013. D66, VVD, CDA en SP vinden dat het het beleid te versnipperd is. Nederlandse militairen nemen momenteel deel aan rond de twintig missies in het buitenland.

Ogen en oren

Wat levert het op om drie militairen in de Centraal Afrikaanse Republiek te hebben en twee op de Golanhoogte, vroeg Wassila Hachchi van D66 zich af. Zij vindt dat het kabinet zou moeten inzetten voor minder missies. ''Meer de diepte in en dan langer meedoen.''

Jasper van Dijk (SP) vroeg woensdag of Nederland niet aan teveel missies meedoet. "Is dat niet wat veel?", stelde hij. Ook Ronald Vuijk van de VVD vroeg zich af hoe zinvol het is om aan zoveel uitzendingen mee te doen. "Wat heeft de bijdrage van één militair voor zin?"

Volgens Hennis is het ''soms cruciaal om ogen en oren te hebben in een missie''. Bovendien leveren ze veel goodwill op bij internationale organisaties zoals de VN. Ze voegde eraan toe dat er ook missies worden geweigerd. Zo is het verzoek om ''heel veel meer'' te leveren voor de nieuwe missie in Afghanistan afgewezen.