Werknemers moeten een individueel scholingspotje krijgen waarmee ze zich kunnen bij- of omscholen.

Het geld moet komen uit de fondsen voor opleiding en ontwikkeling die in bedrijfstakken bestaan, de O- en O-fondsen.

De Kamerleden Pieter Heerma (CDA) en Steven van Weyenberg (D66) zullen kabinet, vakbonden en werkgevers oproepen hierover afspraken te maken. De Tweede Kamer behandelt woensdag de begroting van minister Lodewijk Asscher (Sociale Zaken).

Veel branches kennen een O- en O-fonds, dat betaald wordt door werkgevers en werknemers. Per cao is geregeld hoe het geld besteed mag worden. De regels verschillen per bedrijfstak. In totaal bevatten de fondsen enkele honderden miljoenen euro's.

Scholingsbudget

Heerma en Van Weyenberg willen dat elke werknemer een eigen scholingsbudget krijgt, waarover hij zelf de regie heeft en dat hij kan meenemen als hij in een andere bedrijfstak aan de slag gaat.

Heerma: "Het is in Nederland heel gewoon om te sparen voor je pensioen. Het zou ook normaal moeten zijn om te sparen voor je opleiding, bijvoorbeeld om te voorkomen dat je werkloos wordt."

De partijen kunnen in ieder geval op de steun van het CNV rekenen. De vakbond is fervent voorstander dat werknemers de regie over hun eigen loopbaan krijgen.

Brug-WW

Van Weyenberg vindt verder dat de regeling voor brug-WW die Asscher in het leven heeft geroepen, voor alle sectoren moet gelden.

Via de brug-WW kunnen werknemers die dreigen ontslagen te worden of al werkloos zijn aan de slag in beroepen waar tekorten zijn. Ze kunnen zich dan omscholen met behulp van WW-geld. De brug-WW geldt op dit moment alleen voor bedrijfstakken die met Asscher afspraken hebben gemaakt voor een banenplan.