Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken begrijpt heel goed waarom een groep politiek actieve Turkse jongeren baalt van een onderzoek waaruit blijkt dat er in hun kring massale steun zou bestaan voor terreurbewegingen als IS.

Zelf baalt de minister er ook van, want hij herkent zich absoluut niet in de uitkomsten. Asscher zei dat maandag na een gesprek met de jongeren, die politiek actief zijn voor uiteenlopende partijen in diverse gemeenten.

Zo'n twee weken geleden verscheen een enquête van Motivaction, waaruit naar voren komt dat een ruime meerderheid van de Turkse jongeren in Nederland jihadstrijders als helden ziet en sympathie heeft voor IS.

Asscher noemde dat resultaat ''verontrustend'', maar plaatste grote vraagtekens bij de uitkomsten. Die bevatten volgens hem ''ongerijmdheden''. Zo zeggen Turkse jongeren in de enquête weliswaar dat ze IS steunen, maar ook dat ze voorstander zijn van democratie.

De groep waarmee Asscher maandag sprak bleek niet zo blij met de uitgebreide reactie van de minister op de bevindingen van Motivaction, die veel media-aandacht veroorzaakte. ''Ikzelf zou dat persoonlijk op een andere manier hebben gedaan'', zei Cemil Yilmaz namens de jongeren. Hij wilde verder niet ''jij-bakken''.

Vervolgonderzoek

Asscher kondigde eerder een diepgravend vervolgonderzoek aan naar de opvattingen van Turkse jongeren in Nederland. Hij wil de groep die hij maandag op bezoek had daarbij betrekken. De minister noemde het ''superpositief'' dat deze jongeren hem hebben benaderd na het verschijnen van het Motivaction-onderzoek. Hij wil met hen in dialoog blijven.

Vier dingen die u moet weten over IS l Dossier IS