Nederland zal de Europese naheffing van 642 miljoen euro nog voor het einde van dit jaar betalen. Dat kan doordat het kabinet diverse meevallers heeft.

Dat maakt minister Jeroen Dijsselbloem van Financiën vrijdag bekend na de wekelijkse ministerraad.

"Gegeven de ruimte op de begroting is het in het belang van Nederland om nog dit jaar te betalen", zei de minister.

Het kabinet had eerder gespreide betaling bedongen tot 1 september, maar volgens Dijsselbloem leidt snellere betaling niet tot problemen. Uit de laatste tussenstand van de overheidsbegroting voor dit jaar, de najaarsnota, blijkt dat het de goede kant op gaat met de overheidsfinanciën.

"We zitten goed bij kas, om het huiselijk te zeggen", zei Dijsselbloem. Het kabinet heeft onder meer meevallers doordat ING zijn schulden aan de Staat heeft afgelost.

EU-normen

Na het betalen van de heffing is er nog een meevaller van ruim 1 miljard over. Het begrotingstekort van de overheid komt dit jaar uit op 2,9 procent, zoals eerder geraamd. 

Het kabinet voldoet daarmee aan de EU-normen. Die schrijven voor dat het tekort maximaal 3 procent van het nationaal inkomen mag bedragen.

Statistische 'bronnenrevisie'

De naheffing is het gevolg van een statistische 'bronnenrevisie', waardoor de omvang van de Nederlandse economie op papier groter is uitgevallen. Dat proces verloopt in alle EU-landen anders, waardoor grote verschillen ontstaan bij de afdrachten aan de EU. Die zijn afhankelijk van het bbp.

Eerder deze maand maakte Dijsselbloem al bekend dat de berekening waarschijnlijk juist was, en dat het kabinet het bedrag zou gaan betalen. Toen was nog niet zeker of Nederland gebruik zou maken van de betalingsregeling.

De gespreide betaling werd binnengesleept in overleg met andere EU-landen. Behalve Nederland hebben vooral de Britten te maken met een enorme naheffing van 2,1 miljard euro.

Vijf dingen die u moet weten over de Europese naheffing